Veelgestelde vragen: Toetsing arbocatalogus

16. Hoe ziet de toetsing door het ministerie van SZW er uit?
17. Wat doet de AI met een goedgekeurde arbocatalogus?
18. Wat is het effect van de toetsing van de Arbocatalogus?
19. Waar zijn de Arbocatalogi te vinden?
20. Wat staat er over de Arbocatalogus in de Arbowet?
21. Waar kan ik documentatie vinden over de Arbocatalogus?
22. Waar vind ik het SER-advies over de Arbocatalogus?
23. Kan iedereen subsidie krijgen voor het maken van een Arbocatalogus? Zo ja: hoeveel en waar.
24. Wat gebeurt er met de beleidsregels na de overgangstermijn (tot 1-1-’10)?
25. Wat doet de StvdA allemaal op het terrein van de Arbocatalogus?


16. Hoe ziet de toetsing door het ministerie van SZW er uit?

De overheid gaat ervan uit dat werkgevers en werknemers goed in staat zijn om een professionele arbocatalogus op te stellen. Daarom worden de catalogi niet uitgebreid getoetst. Wel wordt bekeken of de totstandkoming goed is verlopen en of de catalogus adequaat is.
Samengevat wordt het volgende getoetst:
  1. Is beschreven voor welk werkgebied (branche/groep bedrijven) de catalogus bedoeld is? 
  2. Vertegenwoordigen de opstellers, de werkgevers en werknemers in dit werkgebied? 
  3. Is de catalogus beschikbaar voor en bekend bij werkgevers en werknemers? 
  4. Wordt bij navolging van de catalogus voldaan aan de doelvoorschriften? Dit punt wordt getoetst met een zogenaamde quickscan; is de catalogus begrijpelijk, logisch en niet in strijd met de wet?


17. Wat doet de AI met een goedgekeurde arbocatalogus?
 
De Arbeidsinspectie zal de “goedgekeurde” Arbocatalogus gebruiken als “referentiekader” bij haar inspecties. Dat betekent dat onderzocht wordt of de maatregelen uit de Arbocatalogus wel zijn doorgevoerd in de betreffende ondernemingen uit die sector. Als dit niet het geval is ligt de bewijslast bij de werkgever om aan te tonen dat hij met andere maatregelen (minimaal!) hetzelfde beschermingsniveau realiseert.
Daarnaast wordt de getoetste Arbocatalogus opgenomen in de “ verzamelbeleidsregel”. Dit gebeurt door publicatie in de Staatscourant. En op het moment dat een Arbocatalogus in de verzamelbeleidsregel is vermeld wordt de oude, bestaande beleidsregel in getrokken voor die sector.
 

18. Wat is het effect van de toetsing van de Arbocatalogus?
 
Dat een arbocatalogus met positief resultaat is getoetst door het ministerie van SZW betekent dat het ministerie erkent met de in de Arbocatalogus maatregelen voldaan wordt aan de eisen van de Arbowet. De Arbeidsinspectie zal deze Arbocatalogus vervolgens als vertrekpunt hanteren bij de inspecties voor de branche of sector, waarvoor de Arbocatalogus geldt.
 

19. Waar zijn de Arbocatalogi te vinden?
 
Vanuit de Commissie Begeleiding Arbocatalogi (CBA) van de Stichting van de Arbeid wordt overleg gevoerd met het Ministerie van SZW over een “centrale registratie” van Arbocatalogi, die zijn getoetst en goed bevonden. Dat overleg is nog gaande.
De Stichting vindt het van belang dat belanghebbenden rechtstreeks toegang kunnen krijgen tot de Arbocatalogi. Vooralsnog wordt op de website van de Stichting een lijst bijgehouden van getoetste Arbocatalogi.
 

20. Wat staat er over de Arbocatalogus in de Arbowet?
 
In de Arbo-wet zelf is het begrip Arbocatalogus niet terug te vinden. Er is melding gemaakt van de Arbocatalogus in de Memorie van Toelichting, die is gemaakt ter voorbereiding van de wetwijzigingen in de Tweede Kamer. 
  

21. Waar kan ik documentatie vinden over de Arbocatalogus?
 
Omdat de arbocatalogus een nieuw fenomeen is in het arbobeleid is er nog weinig documentatie te vinden. De meest relevante websites zijn:
  1. www.stvda.nl 
  2. www.arboportaal.nl 
  3. www.arbeidsinspectie.nl

En er is de nodige documentatie te vinden op de websites van de bij de Stichting van de Arbeid aangesloten koepelorganisaties waarin ook een doorlink naar relevante sites van branche- en sectororganisaties is opgenomen.
Wat betreft schriftelijke informatie zijn er twee documenten die algemen informatie over de Arbocatalogus bevatten:

  1. de brochure “Wat is een Arbocatalogus” van de Stichting van de Arbeid 
  2. de publicatie “Evaluatie herziening Arbowet” van de SER (nr. 05/09).

Daarnaast zijn er diverse sites van particuliere bedrijven of instellingen, waar aandacht wordt geschonken aan de Arbocatalogus. Dat betreft onder meer de sites van TNO, van de NEN en van diverse arbo-adviesbureaus.
 


22. Waar vind ik het SER-advies over de Arbocatalogus?
 
Het SER-advies is te vinden op de website van de SER. Het bestand kan gedownload worden. Het rapport kan ook besteld worden.
 

23. Kan iedereen subsidie krijgen voor het maken van een Arbocatalogus? Zo ja: hoeveel en waar.
 
De “partijen” (lees: sociale partners) die verantwoordelijk zijn voor de inhoud van de Arbocatalogus kunnen hiervoor subsidie aanvragen bij het Agentschap van het ministerie van SZW. Er is per branche of sector een eenmalige subsidie van € 50.000,- beschikbaar als voldaan wordt aan drie criteria:
  1. het betreft een arbocatalogus op branche- of sectorniveau, 
  2. er worden twee (of meer) arbeidsrisico’s behandeld in de Arbocatalogus en 
  3. het ministerie van SZW heeft de Arbocatalogus getoetst en goed bevonden.

24. Wat gebeurt er met de beleidsregels na de overgangstermijn (tot 1-1-’10)?
 
Het voornemen van de overheid is dat de beleidsregels per 1 januari 2010 komen te vervallen. Dat geldt in principe voor alle beleidsregels. De verwachting is dat die beleidsregels dan vervangen zijn door afspraken in diverse arbocatalogi. Wat er gebeurt als dat niet het geval is is nog onzeker.
 

25. Wat doet de StvdA allemaal op het terrein van de Arbocatalogus?
 
De Stichting van de Arbeid heeft een speciaal project ingericht om het tot stand brengen van Arbocatalogi te stimuleren. Zij wordt hierin financieel ondersteund door het ministerie van SZW. Het project wordt bestuurd door de Commissie Begeleiding Arbocatalogi (kortweg: CBA). Belangrijke onderdelen van dit project zijn
  1. de brochure “Wat is een Arbocatalogus”
  2. twee landelijke projecten waarin geprobeerd wordt om materiaal voor sectoren te ontwikkelen op het gebied van zwangerschap en arbeid en van bedrijfhulpverlening 
  3. het organiseren van een drietal werkconferenties , waarin de ervaringen met de Arbocatalogi worden verwerkt en 
  4. regelmatig overleg met het ministerie van SZW over de problemen en knelpunten, die zich voordoen bij het maken van de arbocatalogus en 
  5. inhoudelijke en/of praktische ondersteuning van sectoren bij het maken van de Arbocatalogus.