Home | Stichting | Geschiedenis | 65-jarig jubileum

Samen doen wat mogelijk is

Stichting van de Arbeid viert 65-jarig jubileum

De Stichting van de Arbeid is dit jaar 65 jaar geworden. Zij heeft dit jubileum op 29 september gevierd met een symposium over het Nederlandse overlegmodel. Plaats van de viering was het Geldmuseum te Utrecht.
Onder leiding van de dagvoorzitter Djoeke Veeninga wierpen deskundigen uit België, Frankrijk en van eigen bodem een kritische kijk op de sociale dialoog in de Stichting van de Arbeid. Heeft de Stichting haar pensioenleeftijd bereikt of is dat nog lang niet aan de orde?

Terugblik en kijk op de toekomst
In zijn welkomstwoord blikte Bernard Wientjes, werkgeversvoorzitter Van de Stichting van de Arbeid en voorzitter van VNO-NCW, terug op de roerige geschiedenis van het overleg tussen sociale partners. Over de laatste vijf jaar merkt hij op: “Werkgevers en werknemers hebben behoorlijk ruzie gemaakt, bijvoorbeeld over het ontslagrecht. Maar hoogtepunten zijn er ook, zoals het AOW-akkoord. Het laat zien dat de Stichting van de Arbeid toch altijd weer door gaat”. Over de komende jaren zei de werkgeversvoorzitter: “We krijgen lastige momen-ten waarin scherpe polarisatie tussen werkgevers en werknemers kan ontstaan”.

Invloed
Onder de titel Leven als God in Frankrijk, werken als God in Nederland vergeleek Antoine Bevort, hoogleraar sociologie in Parijs, het Nederlandse en Franse overleg tussen sociale partners en overheid. Hij presenteerde de sociaal-economische prestaties en de arbeidsverhoudingen in beide landen. De verschillen zijn groot. Zo is de werkloosheid in Nederland beduidend lager dan in Frankrijk en valt de AOW in Nederland bijna 40 procent hoger uit dan in Frankrijk. De sociale partners in Frankrijk hebben beperktere invloed dan in Nederland. Bevort: “De politiek vraagt zich zelden af of er draagvlak bestaat voor een beslissing. Tekenend is dat het begrip ‘draagvlak’ heel moeilijk vertaalbaar is in het Frans.”
In zijn vergelijking onderstreepte Bevort de voordelen van het Nederlandse overlegmodel. Tegelijkertijd schetste hij ook een uitdaging voor de polder: “De scheiding tussen de groep goed verzekerde en minder goed verzekerde werknemers wordt in West-Europa steeds sterker. Is de polder bestand tegen een verzwakking van het solidariteitsprincipe?” Volgens Bevort is een goede organisatiegraad van werknemers in dit opzicht van groot belang.

Europa
Paul Windey, voorzitter van de Nationale Arbeidsraad (NAR) in België, schetste de overeenkomsten in de manier waarop de sociale dialoog in België en Nederland is vormgegeven. “In de methodiek zijn grote overeenkomsten, in de uitvoering zijn grote verschillen”, aldus Windey.
In Europees verband ziet hij een gezamenlijke uitdaging: “Sociaal-economische besluitvorming wordt steeds meer bepaald vanuit Europa en heeft de neiging zich te onttrekken aan de regels van het democratisch proces. Instellingen als de Stichting van de Arbeid, de SER en de NAR hebben een belangrijke rol te spelen om de kloof tussen Europa en de burger te overbruggen.”

Vertrouwen
Samen bouwen aan vertrouwen, de titel van de inleiding van Esther-Mirjam Sent, hoogleraar economische theorie van de Radboud Universiteit, wordt een andere uitdaging voor sociale partners. Er ontstaat volgens Sent een enorme groep werkende armen die grotendeels uit flexwerkers bestaat. De tweedeling tussen werknemers in vaste dienst enerzijds en flexwerkers en zelfstandigen anderzijds groeit en dat schaadt het onderling vertrouwen. Sent riep sociale partners op een nieuw sociaal akkoord te sluiten om de modernisering van de arbeidsmarkt op een economische en sociaal wenselijke manier aan te pakken.

Vrolijke noot
Wolter Muller, oud-bestuurslid van de Stichting van de Arbeid, zorgde met zijn column voor de nodige vrolijkheid. Hij opperde dat in deze politiek roerige tijden een zakenkabinet nog zo gek niet is, mocht het gekrakeel rond de huidige kabinetsformatie niet goed aflopen. “Het is dan geen vreemde gedachte om te denken aan personen die uit ervaring weten hoe ze met elkaar om moeten gaan, die weten dat vertrouwen de basis van goed overleg vormt, die weten hoe je moeilijke sociaal-economische problemen moet oplossen. Het is dan geen vreemde gedachte om te denken aan het bestuur van de Stichting van de Arbeid.” Waarna elk bestuurslid een eigen, volmaakt bij de persoonlijkheid passend, ministerie kreeg toebedeeld.

Een briljanten huwelijk is nog niet een briljant huwelijk
Minister Donner vergeleek in zijn, vaak hilarische, toespraak het 65-jarig bestaan van de Stichting met een huwelijk. “De Stichting van de Arbeid viert wel haar briljanten huwelijk, maar geen briljant huwelijk. Beide partners zijn het doorgaans zo oneens dat als ze het eens zijn er plechtig van een akkoord gesproken wordt”, merkte de bewindsman op.
Dat de sociale partners toch redelijk goed samenwerken, is volgens de minister “zijn verdienste. De echtelieden vliegen elkaar in de armen uit vrees dat de overheid zich met hun zaken gaat bemoeien”.
De minister gaf aan dat er een groot aantal onderwerpen is dat de sociale partners ter hand moeten nemen, bijvoorbeeld op het gebied van arbeidsparticipatie, scholing en duurzame inzetbaarheid. “We hebben genoeg afspraken, maar ze moeten wel uitgevoerd worden”, maande minister Donner.

Klimaatbeheersing
Tijdens de discussie spraken de leden van de Agendacommissie onder meer over de polarisering in de maatschappij en de politiek en de betekenis daarvan voor de sociale dialoog. Catelene Passchier (FNV) gaf aan dat de Stichting in dit opzicht aan “klimaatbeheersing” doet. “De Stichting kan zorgen voor vertrouwen en sociale samenhang”. Gerard van der Grind (LTO) voegt daaraan toe: “We moeten onze verantwoordelijkheid nemen ongeacht welk kabinet aan het roer staat.”
De leden van de Agendacommissie spraken ook over de toekomstige agenda van de Stichting. Zij waren het erover eens dat er vertrouwen en lef nodig is om vooruit te kijken en een stap verder te komen.

Daar moet op gedronken worden
Agnes Jongerius, werknemersvoorzitter van de Stichting en voorzitter van de FNV, sloot de jubileumviering af. Net als Bernard Wientjes is zij bezorgd over de toekomst. Zij verwees hierbij onder andere naar de komende bezuinigingen op het personeel in de overheidssector en pleitte voor een verstandige discussie. “Er moet eerst worden gepraat over de taken die de overheid niet meer zal doen in plaats van over hoeveel mensen er ontslagen moeten worden. Wij kiezen voor draagvlak in plaats van drammen.”
De FNV-voorzitter bracht ten slotte een ‘droge’ toost uit op de Stichting, waarna allen zich naar de foyer begaven voor een drankje, een hapje en een geanimeerd gesprek.