Jaarverslag 2005
Verslag van werkzaamheden 2005
Oktober 2006 – publicatienr. 10/06
In vergelijking met het jaar 2004 dat zich in termen van sociaal-economische verhoudingen kenmerkte door een dieptepunt in de vorm van het mislukte Voorjaarsoverleg op 18 mei, kon het jaar 2005 worden afgesloten met een relatief succes, zijnde de totstandkoming van een tripartiet sociaal akkoord tijdens de zgn. Werktop op 1 december.
In een desbetreffend document: ‘Tripartiete Beleidsinzet op het gebied van Scholing en Werk’ zijn een reeks van afspraken neergelegd die met name gericht zijn op verbetering van de arbeidsmarktpositie van bepaalde groepen als ouderen, schoolverlaters, minderheden en gedeeltelijk arbeidsgeschikten.
Aangegeven is ook welke partij(en) verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van de afspraken: deels het kabinet, deels sociale partners en deels kabinet en sociale partners gezamenlijk.
Hoewel daarmee de onderlinge verhoudingen tussen partijen zeker nog niet in alle opzichten als optimaal kunnen worden gekarakteriseerd (de voorbereiding van de Werktop kenmerkte zich door zeer moeizame discussies en zelfs een abrupt uitstel van een aanvankelijk geplande datum voor de Werktop) was het resultaat anderzijds onmiskenbaar een teken van zich geleidelijk verbeterende relaties en een zeker herstel van vertrouwen tussen alle partijen.
In ieder geval kan de Tripartiete Beleidsinzet worden beschouwd als een tamelijk uniek document waar de laatste keer in 1989 sprake is geweest van een tripartiet akkoord: het Gemeenschappelijk Beleidskader 1989 dat overigens, wellicht mede vanwege het veel bredere karakter ervan, geen succes is gebleken.
Met de totstandkoming van het akkoord van 2005 is de sociale dialoog in het verslagjaar weer op gang gekomen, of beter: heeft de sociale dialoog weer enigszins aan inhoud en effectiviteit gewonnen. Immers, de sociale dialoog als zodanig is en wordt in feite voortdurend gevoerd maar de resultaten ervan zijn met name de afgelopen jaren tamelijk minimaal geweest.
Kennelijk is er in dat opzicht ook sprake van een ‘conjunctuurcyclus’: perioden waarin de sociale dialoog weinig rendement oplevert, wisselen af met meer succesvolle perioden. Die hangen deels samen met de cycli van economische op- en neergang maar worden ook beïnvloed door de heersende politiek-ideologische verhoudingen. Met name de laatste factor speelt onder omstandigheden een rol van betekenis omdat die mede bepalend is voor de visie die een kabinet heeft op de rol van sociale partners en op de verantwoordelijkheidsverdeling tussen kabinet en sociale partners.
Hoewel die verantwoordelijkheidsverdeling in de loop van de tijd redelijk is uitgekristalliseerd, doen zich in de praktijk toch regelmatig fricties voor wat betreft de erkenning van de verantwoordelijkheid van sociale partners voor het arbeidsvoorwaardenbeleid of onderdelen daarvan waarbij ook het parlement zich niet onbetuigd laat. Recente voorbeelden betreffen vervroegde uittreding / pre-pensionering, kinderopvang e.d.
Zoals gezegd zal naar verwachting de sociale dialoog als zodanig zijn rol blijven spelen en een functie blijven vervullen in de Nederlandse verhoudingen. De Stichting van de Arbeid kan daarbij fungeren als intermediair en, waar nodig, katalysator.
De kracht van de Stichting als instituut is dat het alle betrokken partijen een forum biedt om op elk moment elk gewenst onderwerp aan de orde te stellen en na te gaan of daarover gemeenschappelijke opvattingen kunnen worden geformuleerd of eventuele meningsverschillen kunnen worden overbrugd.
Ik heb het voorrecht gehad om ruim 15 jaren als secretaris van de Stichting werkzaam te zijn geweest en heb in die periode de betekenis van de Stichting voor het sociaal-economisch beleid en voor de arbeidsverhoudingen in ons land mogen ervaren.
Die periode wordt met dit verslag van werkzaamheden afgesloten. Ik wens de Stichting van de Arbeid een goede toekomst die hopelijk gekenmerkt zal worden door nog vele nuttige aanbevelingen en adviezen ten behoeve van sociale partners op het decentrale niveau resp. ten behoeve van de overheid.
drs. E.H. Broekema
secretaris