Dag 1: Fragiel Groningen

16 februari 2015

 Vakopleider Karel met Nicky: “Het sectorplan komt als geroepen.”
 Vakopleider Karel met Nicky: “Het sectorplan komt als geroepen.”

Het ontbreekt minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) niet aan lef. Te midden van de perikelen rond de gaswinning en de aardbevingen bezoekt hij welgemoed de fabriek BioMCN op het chemiepark in het Groningse Delfzijl. Maar hij komt vandaag dan ook met goed nieuws voor de Groningers: de start van het sectorplan ‘Groningen op voorsprong’. Het kabinet investeert samen met de werkgevers- en werknemersorganisaties € 45 miljoen in het verbeteren van de arbeidsmarkt. Zo’n 7.000 mensen zullen participeren in dit sectorplan. Minister Asscher noemt het een boodschap aan de Groningers: “Er wordt geïnvesteerd in jullie toekomst.”

En investeringen, ja, die kunnen ze in Groningen goed gebruiken. Net als de andere noordelijke provincies. Dunbevolkte gebieden met prachtige natuur maar altijd op zoek naar financiële steun. En werkgevers. De ironie dat er miljarden aan gasbaten uit Groningen vloeit, wordt geïllustreerd met het huidige werkloosheidspercentage van 9,9 procent. Het is hard sleuren en doorzetten voor de Groningers om de subsidies uit Den Haag en Brussel los te peuteren en bedrijven te lokken. Met wisselend succes. Is het niet een werkgever als Aldel die failliet gaat waarbij 600 banen verdwijnen, dan is het wel een te ambitieus plan als de Blauwe Stad, waar miljoenen euro’s in rook op gaan. En als het allemaal van ver moet komen, voelen tegenslagen zwaarder en gaat bij elke meevaller de vlag uit.

Dit is dan ook het sentiment bij het bezoek van Asscher vandaag. De vertegenwoordigers van de vakbonden, de Provincie Groningen en de werkgevers zijn oprecht blij. Het is weer een stap in de goede richting. Met het sectorplan kunnen veel mensen hun voordeel doen. Met scholing, bijscholing, sollicitatietrainingen, gezondheidschecks en werkervaringsplekken. En het overdragen en behouden van de bestaande kennis en ervaring. Met de chemische en energiebedrijven die zich aan de Eems hebben gevestigd, is deze kennis en ervaring kostbaar. BioMCN produceert 400 ton bio-methanol op jaarbasis en is daarmee één van de grootste producenten van Europa. Met een omzet van 200 miljoen euro en 90 werknemers gaat het goed maar het kan nog beter. Een Europese subsidie van 200 miljoen euro is toegezegd om een nieuwe fabriek te realiseren waarmee methanol uit houtsnippers kan worden gewonnen. Maar deze fabriek kost zo’n 500 miljoen euro en financiers zijn moeilijk te vinden.

Los van de vraag of en hoe ze dat geld bij elkaar krijgen, klinkt ook die andere zorg door bij BioMCN: het vinden en behouden van goed geschoold personeel. Laten we eens naar Karel luisteren, die al heel wat jaartjes bij het bedrijf meeloopt en het reilen en zeilen in de chemie rond Groningen goed kent. “Als er morgen een bus vol goed opgeleide jongeren hier voor de deur staat, dan kan ik er in elke ploeg wel één kwijt. Maar het is zoeken voor ons en de andere bedrijven om die jongeren te vinden. En als we ze vinden dan moeten we ook bijscholen. Er is te weinig aanbod vanuit de beroepsopleidingen hier. Volgens mij komt het ook doordat jongeren niet goed weten wat een vak als ‘operator’ betekent. En hoe interessant het is en dat je er ver in kunt doorgroeien.”

“Ik ben nu vakopleider binnen het bedrijf en heb een paar jongens onder mijn hoede. In zo’n vier jaar tijd leiden wij ze op tot professionals hier in de fabriek. En we blijven iedereen scherp houden, ook de vaste krachten, met herhaling en toetsen. Het is tenslotte een chemische fabriek en daar telt veiligheid het zwaarst. Veilig werken met oog voor de risico’s, kennis van de processen en je gezonde verstand gebruiken, daar wordt de meeste tijd in gestopt. En dat moet ook. De gemiddelde leeftijd hier ligt ergens in de vijftig dus over 5 á 10 jaar moeten er nieuwe mensen het stokje kunnen overnemen.”

Zoals Nicky die naast hem staat. Een jongen die het vak leert van Karel. Een jonge jongen die de ambitie heeft om bij BioMCN te werken en te blijven en wie weet, een nieuwe Karel te worden. “Ik werk hier nu twee jaar”, zegt Nicky. “En het bevalt me prima!” Karel lacht tevreden vandaag, want het sectorplan voor Groningen komt als geroepen. “Als we straks willen blijven werken, misschien groeien en uitbreiden, dan hebben we domweg goeie mensen nodig, zoals Nicky hier. Anders droogt het op.” En dat is eigenlijk de achterliggende gedachte op deze middag. Zoals de FNV-vertegenwoordiger eerder deze dag zei: “Niets is zo fragiel als de Noord-Nederlandse economie.”

Ook de minister is tevreden met het sectorplan. “Het is een hoop werk en gedoe om zo’n plan voor elkaar te krijgen. Dat is ook goed want het gaat om veel geld waar veel mee moet gebeuren, en daar moet je zorgvuldig mee zijn. Het plan biedt nieuwe kansen en dat verdient Noord-Nederland.” Op de vraag hoe het voelt om als bewindspersoon uit Den Haag de Groningers nu eens iets te komen brengen, zegt hij lachend: “Dat is mooi!” 


Actieteam crisisbestrijding
Seger Pijnenburg
Seger Pijnenburg