Dag 2: Het platte dak op een hellend vlak

17 februari 2015

 Jamie (l) en Alex (r) aan de bak op het (oefen)dak: “Thuiszitten vreet aan je”
Jamie (l) en Alex (r) aan de bak op het (oefen)dak: “Thuiszitten vreet aan je”

Het epicentrum van het bedekken van platte daken bevindt zich in Nieuwegein bij Tectum, Stichting voor Dakvakmanschap. Tectum verzorgt opleidingen en cursussen voor de bitumineuze en kunststof dakbedekkingsbranche (BIKUDAK). Een branche die ook flink last heeft gehad van de crisis sinds 2008. “Eerst werd het personeel gereduceerd, waarbij de ouderen werden ontzien en jongeren uitstroomden”, begint manager Opleidingen Eduard van Steenhuijsen. “Daarna viel de bouw stil. Nu het weer begint aan te trekken met renovatie door het uitgestelde onderhoud komt de vergrijzing op ons af.” Van Steenhuijsen ziet het effect van het sectorplan BIKUDAK inmiddels terug in het opleidingscentrum. “De instroom van nieuwe BBL-cursisten is op gang gekomen.”

Jamie is zo’n cursist op de Beroepsbegeleidende leerweg. Bijna 19 en net begonnen met de opleiding, na ruim een half jaar vruchteloos solliciteren. “Met beroepsopleiding Niveau 1 is er niks te vinden.” Zijn moeder – altijd weer die moeders – ging aan de slag en kwam bij Tectum uit. Jamie kon aan de slag én tegelijkertijd een opleiding volgen. Maar niet voordat er een huisbezoek door Tectum werd afgelegd. “Wij gaan zoveel mogelijk op huisbezoek bij onze deelnemers”, aldus Van Steenhuijsen. “Kijken uit wat voor nest ze komen, kijken hoe de thuissituatie is en wat voor type persoon het is. Zo’n jongen als Jamie plaatsen we bij een klein bedrijf, waar het wat rustiger aan toe gaat en er veel ruimte is voor begeleiding. En niet bij een grote en drukke organisatie.”

Het sectorplan NIBUDAK is grotendeels gericht op het genereren en behouden van een nieuwe generatie dakdekkers, met een scala aan opleidingen voor nieuwe en ervaren werknemers en het borgen van de deskundigheid in de sector. In totaal wordt er €7,4 miljoen geïnvesteerd door de werkgevers- en werknemersorganisaties. Het kabinet legt daar €4,1 miljoen bij. Tectum levert samen met ROC’s de benodigde opleidingen en trainingen voor het sectorplan. “We bieden hier 3.000 cursusdagen per jaar, in grote groepen. Met acht docenten op vier locaties in Nederland kunnen we overal mensen opleiden”, aldus Van Steenhuijsen.

Voor Alex (38) betekende het sectorplan een uitkomst in barre tijden. Na een reorganisatie in 2012 verloor hij zijn baan, probeerde het als zzp’er maar moest uiteindelijk de handdoek in de ring gooien. Na een half jaar thuiszitten, kwam hij via-via en met behulp van het sectorplan terecht bij een bedrijf waar hij eerder voor werkte. Alex krijgt nu de opleiding en papieren die hem verder kunnen brengen in het vak. ‘Ik ben niet zo van de schoolbanken. Maar als ik meer kennis kan opbouwen, kan ik ook verder groeien. Ik zie mezelf niet nog twintig jaar op het dak werken.’ De opleiding bij Tectum biedt hem die mogelijkheid maar biedt nog iets veel belangrijkers: “Ik heb drie kinderen en om dan thuis te zitten valt niet mee, dat vreet aan je. Vast werk geeft ook rust.”

We maken een rondje door het gebouw. De klaslokalen bij Tectum zijn goed gevuld, de cursisten gaan zo aan een online taaltoets beginnen. “Ben je er klaar voor?”, vraagt Van Steenhuijsen aan een jongeman met een design stoppelbaardje, flink wat tattoos en een cube in het oor. “Jazeker. Gisteravond wilde m’n vriendin series kijken en toen dacht ik: ga maar lekker kijken, ik ga me focussen op de toetsen.” Een goedkeurende knik van Van Steenhuijsen, zelf Rotterdammer, en een klap op de schouder. ”Succes!” Even verderop spreekt Van Steenhuijsen zijn gedachten uit over deze toetsen. “Die jongens zitten niet graag in de schoolbanken en die algemene reken- en taaltoetsen passen niet bij hen. Geef ze sommen met breuken, dan klagen ze steen en been. Als je dan uitlegt dat het handig is in de praktijk, bijvoorbeeld als je een vracht bitumen hebt, één kraan en een dak met zes dakkapellen. Dan snappen ze wat 1/6e is. Het zou mooi zijn als die toetsen wat meer op de praktijk worden gericht.”

Het praktijklokaal is een hal met zes ‘oefendaken’ waar 12 tot 24 cursisten tegelijk de kneepjes van het vak kunnen leren. Een groot aantal dakrollen, een pak met honderd werkhandschoenen, branders en veel veiligheidsmateriaal. “Het imago van ons vak is verbeterd”, stelt Van Steenhuijsen. “We werken hard aan het borgen van de deskundigheid. We certificeren leermeesters en werken nu met individuele opleidingsplannen: wat willen de jongens en wat zijn hun competenties? Wat willen ze bereiken? Op basis daarvan adviseren wij de werkgevers en kunnen we ze ook de passende opleidingen en cursussen bieden.”

Het behalen van diploma’s, certificaten en keurmerken wordt steeds belangrijker in de bouwsector. Opdrachtgevers willen bedrijven waar ze op kunnen vertrouwen, ook qua deskundigheid en integriteit. De tijd dat handige en snelle jongens uit Nederland of Midden- en Oost-Europese landen klussen ‘wegkapen’ lijkt ten einde te komen. Met een vakpaspoort wil BIKUDAK de jongens van de mannen scheiden: ‘Zonder vakpaspoort kom je niet meer aan de bak op het dak’ stelt de organisatie strijdlustig in hun nieuwsbrief.

Een mooi streven, maar dan moet je er wel de mensen voor hebben. En dat blijft de uitdaging. Ook omdat veel jongeren de sector verlaten. Uit onderzoek in de branche is gebleken dat 30 tot 35% van de nieuwe werknemers binnen één jaar weer uitstroomt. “Wij hebben nu het initiatief genomen om uit te zoeken hoe en waarom dit gebeurt. We rijden inmiddels met twee busjes door heel Nederland en bezoeken overal bouwplaatsen waar dakdekkers bezig zijn”, zegt Van Steenhuijsen. “Dan willen we weten hoe het gaat en praten we over het werk, over begeleiding en opleidingen. Want we moeten er wel voor zorgen dat deze jongens in de branche blijven.” 

 


Actieteam crisisbestrijding
Seger Pijnenburg
Seger Pijnenburg