Dag 12: Wat de boer niet kent, dat vreet hij niet

3 maart 2015

 
Liesbeth van der Vegt
Liesbeth van der Vegt: “Onduidelijkheid willen we graag wegnemen aan de keukentafel.”

Onderweg naar Woerden, het Groene Hart ligt er prachtig bij, ondanks de regen. Het is groeizaam weer, om in de termen van vandaag te blijven. We gaan op bezoek bij de agrarische sector, voor het sectorplan Agrarisch & Groen van € 5 miljoen. Wat direct de wenkbrauwen doet fronsen: de zorgsector heeft een plan van €100 miljoen. Je zou denken dat de land- en tuinbouwsector ofwel geen crisis doormaakt en de arbeidsmarkt niet verandert, óf de arbeidsmarkt is dermate klein dat met de €5 miljoen de grootste knelpunten worden aangepakt. Maar misschien is er wat anders aan de hand?

Laten we het antwoord op deze vraag beginnen met een profielschets, uit eerste hand, van de boer die nu agrarisch ondernemer heet. De boerenjongens zaten in mijn klas, de stallen heb ik van binnen gezien, ik heb koeien gemolken; ik heb tomaten en aardbeien geplukt, kalfjes geboren zien worden en ben tijdens mijn krantenwijk rond het dorp vaak belaagd door de waakhonden op de erven. Ik voetbalde met de boerenzonen en hoste met carnaval met de boerenmeiden, reed mee op trekkers en zag het boerenleven. Vroeg op, hard werken, geen tijd maar wel eigen baas en alle vrijheid. Geldzorgen maar ook EU-subsidies. Altijd aan de keukentafel, niet in de zondagse kamer. En vrijwel nooit bedreven in papierwerk, vergunningen, procedures of ander ongemak. De zon, de regen, de oogst en het leven. Seizoen na seizoen weten wat je moet doen. Misschien een te romantisch beeld van de agrarisch ondernemer van nu, dat zou best kunnen. Maar de aard is nog steeds dezelfde. Dat agrarische ondernemers subsidies laten liggen is echter een wonder, zoals ze in Brussel zullen beamen.

Weerbarstige praktijk

Liesbeth van der Vegt is projectleider van LTO Noord en in die rol betrokken bij het sectorplan. Zij richt zich op twee maatregelen uit het plan: het realiseren van 50 extra BBL-plekken in de Dierhouderij en het ontwikkelen van een pilot waarbij een aantal mensen met een beperking in de Dierhouderij, Paddenstoelen en Open Teelten aan de slag kunnen. Ook hier gaan de wenkbrauwen weer fronsen. Slechts 50 plekken en een pilot zonder streefgetallen? “De sectorplannen klinken heel leuk, maar zijn weerbarstiger om uit te voeren in de praktijk”, begint Van der Vegt haar relaas. “Wij willen ons niet laten afrekenen op aantallen.”

“Wij hebben altijd onszelf de vraag gesteld bij de sectorplannen: wat heeft de ondernemer er aan? In eerste instantie zijn de land- en tuinbouw met de andere ‘groene organisaties’ om de tafel gaan zitten om te bekijken hoe de sectorplannen in de praktijk vorm kunnen krijgen. En sommige betrokken partijen waren al een eind op weg om een gericht plan vorm te geven. Totdat ze de stekker er uit trokken omdat er veel onduidelijkheid was en er een bureaucratische rompslomp dreigde”, aldus Van der Vegt. “Uiteindelijk is er een sectorplan ontwikkeld waarin aandacht is voor duurzame inzetbaarheid, extra begeleiding voor jonge werknemers, de BBL-plekken en mensen met een beperking.” Het klinkt allemaal wat zuinigjes en ik bespeur ook wat ambivalente gevoelens richting de sectorplannen. “De behoefte van het ministerie van SZW is anders dan de behoefte van de sector. Als je de kracht van beide partijen meer verbindt, heb je ook meer resultaat”, verklaart Van der Vegt.

Gedurende het gesprek met Van der Vegt zie ik de tegenstelling tussen de beleidsmaker en de boer steeds scherper vorm krijgen. Bureaucratie en regels versus vrijheid en boerenverstand gebruiken; de gestroomlijnde papieren werkelijkheid versus de ruwe agrarische realiteit. Geen wonder dat het sectorplan een relatief kleine omvang heeft. Europese subsidies vergen minder administratieve lasten, papieren voorwaarden en controles; het stramien van de sectorplannen is wellicht bewerkelijker. Maar daarnaast blijkt ook het ondernemersrisico een rol te spelen.    

Een tekort aan Wajongers

“Vooral als het gaat om dienstverbanden is er veel onduidelijkheid. Agrarisch ondernemers willen weten welke risico’s er zijn en wat die kunnen gaan kosten. En ze willen ook geen taken van derden overnemen als het gaat om begeleiding en sociale dienstverlening.” Dit verrast me. De boeren die ik ken, of dacht te kennen, zijn sociaal betrokken, hulpvaardig en zolang ik me kan heugen werken er juist bij de boeren en tuinders relatief veel mensen met een beperking of ‘vlekje’. “Dat klopt ook”, zegt Liesbeth. “Onze leden vinden het juist heel normaal om die mensen werk te bieden. Ik heb een mooi voorbeeld in Friesland, daar zijn werkgevers die Wajongers een plek willen geven, maar dat wordt een praktisch probleem, omdat er geen bushalte in de buurt is. En in Noord-Limburg ken ik iemand die zo tevreden is met zijn werknemer met een beperking, dat hij samen met het UWV zijn collega’s uitnodigt om hen te overtuigen dat het goed gaat en werkt. Maar als de risico’s van een dienstverband niet helder zijn, met name de financiële, dan houdt het op.”

Het ontbreekt de sector dus niet aan de wil, wel aan het vermogen zich in te passen in een stramien dat ze niet zelf vorm kunnen geven. Maar ook de agrarisch ondernemer moet met de tijd mee, met zowel de lusten als de lasten van een hedendaags bedrijf. Misschien dat de vergrijzing ook nieuw bloed met zich meebrengt? “Mensen worden geen boer meer omdat hun vader dat was, maar omdat ze dat willen. Deze nieuwe ondernemers zijn zich bewust van de omgeving en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Steeds meer stallen worden voorzien van zonnepanelen, steeds meer ondernemers hebben een open dag voor publiek”, zegt Van der Vegt. 

Onduidelijkheid wegnemen aan de keukentafel

Ondanks het wat moeizame verloop van de sectorplannen, gaat Van der Vegt enthousiast aan de slag met de maatregelen. “Wij zijn in 2014 begonnen met de voorbereidingen en trekken nu het land door op zoek naar geschikte regio’s. Via een centraal loket, de Werkgeverslijn land- en tuinbouw, willen we drempels voor ondernemers verlagen en achter dat loket zit een netwerk van organisaties en instanties Eén loket om duidelijkheid en zekerheid te bieden. We willen in gesprekken aan de keukentafel duidelijkheid geven qua mogelijkheden en onmogelijkheden aan bedrijven. Eind dit jaar hebben we veel ervaring opgedaan in de regio’s en een infrastructuur staan waarmee we over langere periode ons kunnen blijven inzetten voor instroom van arbeidsgehandicapten in onze sector.”

Al met al ga ik weer weg uit Woerden met dubbele gevoelens van gemiste kansen. Mensen met een beperking hebben veel kans op een goede en veilige – en gezonde - werkplek in de land- en tuinbouw. Maar complexe papieren structuren passen niet goed bij de aard van de boeren, passen niet goed genoeg om het gezamenlijke doel schriftelijk vast te leggen in ieder geval. Het heeft geen zin om te wijzen naar bureaucratie enerzijds of wantrouwen anderzijds, het hechten aan wensdenken of koudwatervrees. Wellicht dat beide werelden zich op een later moment beter verenigen. De tijd zal het leren. Eerst zaaien, dan oogsten. 
 



 

Actieteam crisisbestrijding
Seger Pijnenburg
Seger Pijnenburg