Een terugblik op 21 dagen bloggen

5 juni 2015

 

Seger Pijnenburg

Een terugblik op 21 dagen bloggen


Sectorplannen bieden gegarandeerd 100% rendement

De sectorplannen: met 600 miljoen euro aan cofinanciering peuterde het kabinet meer dan 600 miljoen euro los uit de opleidingsfondsen en sociale fondsen in diverse sectoren. Ruim 1,2 miljard in totaal dus om te investeren in de arbeidsmarkt van de - nabije - toekomst. Een groot deel van dit bedrag heeft haar bestemming gevonden via trainingen, cursussen en opleidingen, werkervaringsplekken en vakopleidingen. Begin 2015 is 776 miljoen ingezet door werkgevers en vakbonden en 423 miljoen door de overheid voor 429.894 werknemers. Een deel van het beschikbare geld wacht echter nog op een goede bestemming. Met name het mkb kan nog volop profiteren van de subsidies. Nieuwsgierig naar de praktijk bezocht ik 21 dagen de verschillende sectoren, waar ik trainingen en opleidingen bezocht en sprak met brancheorganisaties en werkgeversverenigingen. Een peilstok dwars door de sectoren, een bonte verzameling praktijkverhalen over werk, werkgelegenheid en kansen.

Een mooi voorbeeld vond ik in Best, bij de Vakopleiding Carrosseriebouw. Daar volgt David (17) een vierjarige opleiding tot schadehersteller, deels betaald door zijn werkgever en deels betaald vanuit het sectorplan Carrosserie. Een vakman in de dop, waarvan de werkgever terecht heeft beseft dat zo’n jongen veel waarde kan toevoegen aan het bedrijf. Zeker als hij de vakopleiding heeft gevolgd.  David Best

Een strategische keuze van de werkgever dus, en financieel gezien ook een slimme keuze. De opleiding kost het schadebedrijf waar David werkt nu de helft. Iedere partij in deze case wordt er beter van, en dat is precies de crux van de sectorplannen. De cofinanciering van het kabinet verlaagt de kosten voor opleidingen en trainingen met 50 procent. Wie dat laat liggen, is een dief van de eigen portemonnee, zegt men dan. Andersom geredeneerd: zowel het kabinet als de werkgevers- en werknemersverenigingen behalen een rendement van 100 procent op hun investeringen.

Opdoemende vergrijzing en noodzaak sectorplannen

Toch is het financiële aspect niet het belangrijkste. De ruim 1,2 miljard wordt niet – ik herhaal: niet! - ingezet voor het creëren van nieuwe banen maar juist voor het behoud van banen en werkgelegenheid. Een uitgangspunt dat lastig is te verkopen en te doorzien maar zo waar is als een koe. Tijdens mijn rondje door Nederland is bij elke gelegenheid de opdoemende vergrijzing aan de orde gekomen. De werkgevers- en brancheorganisaties zien eerder dan wij de cijfers op dit vlak. En dat stemt niet vrolijk. Bij de aanvang van de crisis in 2008 zijn het voornamelijk de jongere werknemers geweest die het veld moesten ruimen. Begrijpelijk, gelet op de gezinnen en financiële verplichtingen van de oudere werknemers. Met als gevolg dat nu, zeven jaar later, het toekomstperspectief voor werkgevers verandert.

De komende tien jaar zullen veel van die oudere werknemers met pensioen gaan, een leegte achterlatend. Ervaring, kennis en kunde verdwijnt uit de sectoren en er is geen nieuwe, jongere garde om het stokje over te nemen. En dat is bijvoorbeeld de realiteit bij de chemische fabriek BioMCN in Groningen, waar praktijkopleider Karel zich afvraagt wie straks de fabriek kan laten draaien.
 Vakopleider Karel met Nicky: “Het sectorplan komt als geroepen.”

Een deel van de sectorplannen is dan ook gericht op duurzame inzetbaarheid van werknemers. De pensioenleeftijd is verhoogd en we moeten het bij gebrek aan instroom doen met de mensen die we hebben. Graag gezonde en gemotiveerde mensen, ook. Veel sectorplannen besteden daarom aandacht aan gezondheid en leefstijl van werknemers, met gezondheidschecks. Met de krimpende beroepsbevolking in de toekomst is een nog grotere krimp door een slechte gezondheid een risicofactor om rekening mee te houden.

Dit zien we terug in de zorgsector, waar Martine Duenk een lans breekt voor het belonen van gezond gedrag, en straffen van ongezond gedrag. Alleen is dit nu juist een factor die overheid en werkgevers kunnen stimuleren maar waarvan werknemers zelf bepalen hoe zij er mee omgaan. Wat natuurlijk niet betekent dat dit vergeefse moeite is: bij elke training of cursus worden deelnemers aan het denken gezet. En als ook maar twee van de tien mensen daardoor bewust worden van gezondheidsrisico’s, dan is een verlaging van de zorgdruk met 20% een ontzettend goed en vruchtbaar resultaat.  Sectorplannen Zorg van WGV Zorg en Welzijn

Maar zelfs als je gezond, gemotiveerd en gekwalificeerd bent, biedt dit nog geen zekerheid. Ondanks positieve mantra’s als ‘de economie trekt weer aan’ of ‘de crisis is voorbij’ krijgen dagelijks mensen te horen dat ze hun baan kwijt raken. De begeleiding van werk naar werk (VWNW) is ook opgenomen in veel sectorplannen. De nieuwe tranche die in 2015 beschikbaar is gekomen, richt zich grotendeels op de Brug-WW, waarbij werknemers van de ene naar de andere sector begeleid worden, naar nieuw werk. Voor de één een frisse vervolgstap, voor de ander een persoonlijk drama. De loopbaancoaches, die mensen helpen met solliciteren en netwerken, combineren deze vaardigheden met de nodige mentale begeleiding.

Zoals we zagen in Venlo, waar Linda Koolen de sollicitatievorderingen met een groep dames bespreekt en hamert op netwerken en een actieve houding. Voor veel werknemers die lang in dienst zijn geweest, is de buitenwereld enorm veranderd en zij zullen zich de nieuwe technieken en vaardigheden moeten aanleren. Een proces dat voor de een wat gemakkelijker verloopt dat voor de ander. Maar ook hier geldt dat als er ook maar twee van de zes een nieuwe baan vinden, er grote maatschappelijke winst wordt behaald. Loopbaanadviseur Linda Koolen

Sectorplan Zorg als pleister op de wond

Het sectorplan voor de zorgsector is met 100 miljoen euro ook het meest omvangrijke plan. Met ruim 1,4 werknemers is de zorgsector niet alleen de grootste werkgever, met een omvang bijna 100 miljard euro is het ook de grootste industrie in ons land. De overheid is er niet in geslaagd om de explosie van zorgkosten te beteugelen. Via de decentralisatie van zorgtaken naar gemeenten aan de ene kant en het introduceren van marktwerking aan de verzekeringskant wordt de hete aardappel doorgeschoven. De gevolgen hebben we de afgelopen maanden kunnen zien, en ook de komende maanden zullen we vaak horen van misstanden. Een dergelijke operatie waarbij complexe structuren en bureaucratische processen opnieuw worden uitgevonden, tegen lagere budgetten, is fors van invloed op de werkgelegenheid in de zorgsector.

Een instelling voor mensen met niet-aangeboren hersenletsel heeft bijvoorbeeld wel mensen met een agogische achtergrond in dienst, maar geen hbo-V-verpleegkundigen. En stuit op het probleem dat de huidige werknemer, vaak met gezin en een 36-urige werkweek, weinig trek heeft in een vierjarige hbo-opleiding. Ook de werkgever staat niet te springen om een werknemer minder te kunnen inzetten tegen dezelfde lasten.  Maret Wielenga

Het effect van de transitie in de zorg komt ook tot uiting bij werknemers in Welzijn en Jeugdzorg. Na een roerig 2014 waarin veel organisaties failliet zijn gegaan, waarin veel instellingen afhankelijk zijn van een eventueel contract met een gemeente en waarin er fors is gesneden op kosten en budgetten zijn de werknemers murw en lamgeslagen.

In Hengelo probeerde het Fonds Collectieve Belangen Welzijn en Maatschappelijke Dienstverlening, Jeugdzorg en Kinderopvang (FCB) met workshops dit tij te keren. Maar of het lukt om deze mensen te motiveren en vertrouwen te geven in de toekomst is zeer de vraag. De transitie in de zorg is nog in volle gang en de effecten daarvan laten zich lastig voorspellen.  Blog 17 Loopbaanevent on tour

Uiteindelijk moeten we met elkaar de zorg opnieuw uitvinden, waarbij de participatiesamenleving de pleister op de wonde zou moeten zijn. Een riskante gedachte, gelet op de steeds zwaarder belaste, maar nog wel gezonde en werkzame mensen.
Naast een baan, een opleiding ook nog mantelzorg verlenen, is een groot eisenpakket. Voor zorginstellingen is het daarom van groot belang om over een robuust werknemersbestand te beschikken, met de kwalificaties die vereist zijn. Met het sectorplan zijn zeer veel opleidingen en trainingen beschikbaar, wie er nog geen gebruik van maakt –werknemer of instelling – zou zich eens flink achter de oren moeten krabben.

Samenvatting en conclusie: aan de slag!

Door het principe van cofinanciering vanuit de overheid en de werkgevers- en werknemersfondsen ontstaat er synergie voor zowel de overheid, de werkgever als de werknemers. De sectorplannen bieden kansen aan werknemers die willen groeien, van baan willen veranderen, opleidingen willen volgen of kwalificaties willen behalen. Ook stimuleren de sectorplannen de instroom van nieuwe werknemers als antwoord op het vraagstuk van de vergrijzing. De duizenden BBL-plekken die beschikbaar worden gemaakt, zijn een noodzakelijke investering in de toekomst.

De rondgang langs de sectorplannen laat zien dat de grote en goed georganiseerde sectoren als de zorg, metaalsector en de bouw actief en effectief gebruik maken van de cofinanciering. Deze sectorplannen zijn goed bekend bij hun werknemers en werkgevers en de subsidies worden goed ingezet. Voor kleinere sectoren is het ontwikkelen en uitvoeren van de sectorplannen een wat lastigere uitdaging. Veel branche- en werkgeversorganisaties moeten intensief de mogelijkheden van de sectorplannen ‘verkopen’ aan werkgevers. Dit vergt meer doorzettingsvermogen omdat de kleinere sectoren vaak bestaan uit veel mkb-bedrijven. Deze ondernemers zijn minder bekend met subsidieaanvragen en huiverig voor eventuele extra administratieve en mogelijk ook financiële lasten.
Tot besluit daarom mijn boodschap aan al die werkgevers en werknemers die nog geen gebruik maken van de mogelijkheden van de sectorplannen: ‘it’s an offer you can’t refuse’!

En wie nog twijfelt als werkgever: lees hier het verhaal van een ondernemer in de recreatiesector die het kleinschalige bedrijf nieuwe impulsen geeft.  Zwembad De Koekoek
En wie als werknemer nog twijfelt: ook al ben je ervaren en heb je een goed toekomstperspectief: deze vijf heren laten ons zien dat een dag nadenken, in de spiegel kijken en ervaringen uitwisselen altijd waardevol is. Sectorplan Metaal

En niet te vergeten: mede mogelijk gemaakt door de sectorplannen. 



 

 

Actieteam crisisbestrijding