Advies onderscheid deeltijdarbeid in CAO's

Publicatienr. 01/00

6 januari 2000 - Bij brief van 7 mei 1999 informeerde de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, mevrouw Verstand-Bogaert, de Stichting van de Arbeid over de uitkomsten van een door de Arbeidsinspectie gehouden onderzoek naar ‘Deeltijdarbeid in CAO’s’ 1. De Arbeidsinspectie heeft onderzocht in hoeverre in CAO’s onderscheid wordt gemaakt in arbeidsvoorwaarden tussen deeltijdwerkers en voltijdwerkers. Het onderzoek heeft betrekking op 118 CAO’s, die van toepassing zijn op ongeveer 3,8 miljoen werknemers (zo’n 75% van het aantal werknemers dat onder een CAO valt) en geeft de stand van zaken weer per 31 december 1998.

De staatssecretaris schrijft dat sinds 1993, het jaar waarin de Stichting haar nota inzake deeltijdarbeid en differentiatie van arbeidsduurpatronen2 publiceerde, sprake is geweest van nieuwe ontwikkelingen. Zij doelt daarbij op de totstandkoming van de Wet verbod tot het maken van onderscheid op grond van arbeidsduur (Wet VOA)3, alsmede op de voortgeschreden maatschappelijke opvattingen over deeltijdwerk en gelijke behandeling.

De staatssecretaris vraagt de Stichting hoe zij de desbetreffende CAO-afspraken in dit licht beoordeelt.
In hoofdstuk 4 van deze nota geeft de Stichting haar opvattingen ter zake weer. Zij beperkt zich daarbij tot het spiegelen van de betrokken CAO-afspraken aan haar aanbevelingen van 1993; zij rekent het niet tot haar taak om te toetsen aan wetgeving. Dat is in casu immers voorbehouden aan de Commissie Gelijke Behandeling, respectievelijk de rechter.
Wel heeft zij ter informatie in hoofdstuk 2 een korte passage over de Wet VOA opgenomen.

1De aanbiedingsbrief en het onderzoek gaan hierbij, bijlage 1 (is niet elektronisch beschikbaar).

2Stichting van de Arbeid; Overwegingen en aanbevelingen ter bevordering van deeltijdarbeid en differentiatie in arbeidsduurpatronen; 1 september 1993; publicatienr. 7/93

3Wet van 3 juli 1996, houdende wijziging van het Burgerlijk Wetboek en de Ambtenarenwet in verband met het verbod tot het maken van onderscheid tussen werknemers naar arbeidsduur, Stb. 1996, 391