De Pensioenmeetwijzer : de pensioenkostenontwikkeling over de periode 1/1/1998 – 1/1/2001

9 februari 2001 - Pensioen- en Verzekeringskamer; 
Uit de ontvangen informatie concluderen wij dat over de gehele overeengekomen meetperiode, 1 januari 1998 tot en met 1 januari 2001, de wijzigingen in de vijf geselecteerde factoren samen op macroniveau hebben geleid tot een structurele kostendaling van 0,24 procentpunt van de totale salarissom van alle bij de meting betrokken pensioenfondsen.

Inleiding en conclusie

Op 9 december 1997 ondertekenden de Staat der Nederlanden en de Stichting van de Arbeid het ‘Convenant inzake de arbeidspensioenen’1. Dit Pensioenconvenant bestrijkt een groot aantal onderwerpen die te maken hebben met het tot stand brengen en beschermen van een volwaardige oudedagsvoorziening.

De drie hoofddoelstellingen van het Pensioenconvenant zijn:
  • Modernisering van de regelingen op het terrein van de aanvullende pensioenen.
  • Het realiseren van kostenbeheersing in de aanvullende pensioenregelingen in het kader van een verantwoord arbeidsvoorwaardenbeleid.
  • Het voor meer mensen toegankelijk maken van aanvullende pensioenregelingen.

In het Pensioenconvenant is daarnaast overeengekomen dat per 1 maart 2001 moet zijn geëvalueerd in hoeverre de afspraken in het convenant ook daadwerkelijk zijn nagekomen. Bij deze evaluatie zal mede de ontwikkeling van de structurele pensioenkosten in beschouwing worden genomen. De referentieperiode waarover de evaluatie van de afspraken in het convenant plaatsvindt, start niet later dan 1 januari 1998.

De Werkgroep Meetwijzer, onder voorzitterschap van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, is verantwoordelijk voor een correcte en tijdige meting van de ontwikkeling van de structurele pensioenkosten. Deze Werkgroep heeft een door haar ingestelde technische subwerkgroep verzocht een meer precies en praktisch uitvoerbaar voorstel te ontwikkelen voor de meting van de kostenontwikkeling van de pensioenregelingen: de Pensioenmeetwijzer. De uitwer-king van de kwantitatieve meetmethodiek door de technische subwerkgroep beperkt zich daarbij tot de pensioenkosten, conform de Technische Bijlage bij het convenant. De daadwerkelijke uitvoering van de meting berust bij de Pensioen- & Verzekeringskamer (PVK2 ), die op haar beurt rapporteert aan de Werkgroep.

De Werkgroep Meetwijzer heeft de PVK verzocht berekeningen te maken van de kostenconsequenties van wijzigingen in een vijftal regelingskenmerken, over drie deelperioden van telkens één jaar. In juni 1999 heeft de PVK verslag uitgebracht aan de Werkgroep Meetwijzer over de kostenmutaties in de eerste deelperiode, van 2 januari 1998 tot en met 1 januari 1999. In april 2000 heeft de PVK aan de Werkgroep Meetwijzer gerapporteerd over de kostenmeting over de tweede deelperiode, van 2 januari 1999 tot en met 1 januari 2000. In deze notitie doen wij verslag van onze bevindingen over de gehele meetperiode, 1 januari 1998 tot en met 1 januari 2001, dus inclusief de derde deelperiode.

Paragraaf 2 van deze rapportage memoreert de gehanteerde meetmethodiek. Paragraaf 3 beschrijft kort de van de pensioenfondsen ontvangen informatie. Paragraaf 4 geeft een overzicht van de wijzigingen in de vijf in de Technische Bijlage van het Pensioenconvenant gespecificeerde factoren over de beschouwde periode. In paragraaf 5 bespreken wij vervolgens de consequenties van deze wijzigingen voor de structurele pensioenlasten conform de overeengekomen meetmethodiek. Paragraaf 6 beschrijft hoe de pensioenfondsen zijn geïnformeerd over de voor hen berekende kostenmutaties. In paragraaf 7 beschrijven wij ten slotte de door de pensioenfondsen verstrekte informatie over de door hen voorgenomen regelingswijzigingen.

Conclusie
Uit de ontvangen informatie concluderen wij dat over de gehele overeengekomen meetperiode, 1 januari 1998 tot en met 1 januari 2001, de wijzigingen in de vijf geselecteerde factoren samen op macroniveau hebben geleid tot een structurele kostendaling van 0,24 procentpunt van de totale salarissom van alle bij de meting betrokken pensioenfondsen.


1 In deze rapportage gebruiken wij hiervoor de term Pensioenconvenant

2 In deze rapportage gebruiken wij onze nieuwe naam Pensioen- & Verzekeringskamer, ook waar wordt gerefereerd aan de periode voor de naamswijziging.