'Bijbetaalproblematiek' bij pensioenwaardeoverdrachten

8 januari 2009

Bijbetaalproblematiek bij pensioenwaardeoverdrachten moeilijk volledig tot een spoedige oplossing te brengen
Tot deze conclusie komt de Stichting van de Arbeid samen met de pensioenkoepels in een brief van 8 januari 2009 aan minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

De minister had naar aanleiding van een Tweede Kamermotie het advies van de Stichting gevraagd over het probleem dat een werkgever met een rechtstreeks verzekerde pensioenregeling die een werknemer in dienst neemt die besluit tot waardeoverdracht van zijn pensioenaanspraken als gevolg daarvan kan worden geconfronteerd met een forse bijbetaling.
De Stichting stelde in haar brief vast dat binnen de huidige systematiek van de wettelijke regeling voor pensioenwaardeoverdrachten dit probleem niet structureel tot een oplossing kan worden gebracht zolang: 
  • sprake is van een verschil tussen de rentevoet die verzekeraars hanteren bij de financiering van rechtstreeks verzekerde pensioenregelingen en de rentetermijnstructuur welke jaarlijks wordt vastgesteld voor pensioenwaardeoverdrachten, én 
  • bij waardeoverdracht de waarde van de opgebouwde (nominale) pensioenaanspraken van de van baan veranderende werknemers geen wijziging mag ondergaan.

De voorbereiding van een meer fundamenteel advies over de problematiek van de pensioenwaardeoverdrachten zal echter nog een flink aantal maanden vergen. De in de adviesaanvrage genoemde specifieke ‘bijbetaalproblematiek’ bij rechtstreeks verzekerde regelingen vormt daar een onderdeel van.

Wel is het bij handhaving van de huidige systematiek mogelijk om de hoogte van de bijbetalingen in voorkomende gevallen te verminderen. Dit kan door op de overdrachtswaarde zoals tot dusver berekend een vaste opslag mee te geven van 20%, behalve wanneer de dekkingsgraad van één of van beide van de betrokken pensioenfondsen op een lager niveau ligt dan 120. In die situatie geldt dat de opslag in procenten gelijk wordt gesteld aan de laagste dekkingsgraad minus 100. Reden voor deze beperking van de opslag is dat van pensioenfondsen in redelijkheid niet kan worden gevraagd bij een uitgaande waardeoverdracht meer mee te geven dan er is gefinancierd. Dat zou immers leiden tot een benadeling van het eigen fonds en dus van de achterblijvende deelnemers en gepensioneerden.

Nu echter als gevolg van de huidige situatie op de financiële markten de dekkingsgraden van zeer veel pensioenfondsen zijn gedaald tot fors onder het niveau van het vereist vermogen, zal deze oplossingsrichting helaas nauwelijks kunnen leiden tot enige reductie van eventuele hoge bijbetalingen door veelal kleine werkgevers met een rechtstreeks verzekerde regeling wanneer deze worden geconfronteerd met een inkomende waardeoverdracht.

Hier komt nog bij dat daar waar sprake is van een dekkingstekort (dekkingsgraad minder dan 100) de Pensioenwet niet toestaat dat de desbetreffende fondsen aan verzoeken om waardeoverdracht medewerking verlenen.

Om die redenen stelt de Stichting van de Arbeid dan ook voor om voor 2009, ook qua aanpassing van de regelgeving, pas op de plaats te maken. De Stichting is bereid de variant met de vaste opslag over ongeveer een jaar opnieuw te bezien tegen de achtergrond van de dan geldende omstandigheden.