Laaggeletterdheid

Laaggeletterdheid

Laaggeletterdheid is een overkoepelende term voor mensen die grote moeite hebben met lezen, schrijven en rekenen, en het begrijpen en toepassen van informatie. Zij beheersen het minimale niveau om volwaardig in de Nederlandse maatschappij te kunnen functioneren niet. Dat niveau is door de overheid vastgesteld op eindniveau vmbo of niveau mbo-2/3 (niveau 2F). In Nederland hebben 2,5 miljoen mensen moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. In de leeftijdsgroep tussen de 16 en 65 jaar gaat het om 1,3 miljoen Nederlanders die laaggeletterd zijn. Twee derde is van Nederlandse afkomst, een derde van buitenlandse afkomst. Ongeveer 43% van de laaggeletterden is werkloos of inactief op de arbeidsmarkt. Hun geringe taalvaardigheid vormt vaak een obstakel om werk te vinden of te behouden. (Bron: www.lezenenschrijven.nl)

Voor henzelf maar ook voor de samenleving en de economie is het van belang daar iets aan te doen. De structurele aanpak van laaggeletterdheid is inmiddels op de agenda van veel sectoren en bedrijven gezet. Sommige sectoren hebben cao-afspraken gemaakt over taalscholing. Maar het is nog niet genoeg! Er zijn nog te veel werknemers die moeite hebben met lezen en schrijven. Dit heeft onder andere gevolgen voor de veiligheid op de werkvloer en de productiviteit en inzetbaarheid van de werknemers.

In het artikel Aanpak laaggeletterdheid in bedrijven wordt dieper ingegaan op de verschillende aspecten van laaggeletterdheid: achtergrondinformatie, factoren waarop laaggeletterdheid invloed heeft, de aanpak ervan, nuttige websites en organisaties.
Dit artikel is bestemd voor verschillende doelgroepen. De eerste versie is met name gericht op werkgevers en branches, de tweede op ondernemingsraden en personeelsvertegenwoordigingen. De inhoud van beide versies komt grotendeels overeen.