Vragen en antwoorden AOV zelfstandigen

Vragen en antwoorden AOV zelfstandigen

Via onderstaande vragen en antwoorden deelt de Stichting van de Arbeid achtergronden, overwegingen, voorbeelden en cijfers over het traject richting een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) voor zelfstandigen. Deze gegevens worden op dit moment benut bij de totstandkoming van het voorstel. De Stichting ligt nog steeds op koers om begin 2020 het uiteindelijke voorstel te presenteren.

1. Hoe kunnen wij zelfstandigen een betaalbare en toegankelijke verzekering geven in het geval van uitval door ziekte of een ongeval?

De Stichting van de Arbeid werkt aan een voorstel om antwoord te geven op bovenstaande vraag. Het voorstel is in aanvulling op de verzekering van werknemers voor het inkomensrisico van arbeidsongeschiktheid. Minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft aan de Stichting van de Arbeid om een voorstel gevraagd.(1)  

Om te komen tot een voorstel met draagvlak voert de Stichting van de Arbeid overleg in een reguliere werkgroep. Deze is voor de gelegenheid aangevuld met vertegenwoordigers van Platform Zelfstandige Ondernemers en FNV Zelfstandigen. De werkgroep treedt ook in overleg met vertegenwoordigers van zelfstandigenorganisaties. Ook gaan wij het gesprek aan met schenkkringen, zoals broodfondsen.

Het aandeel zelfstandigen dat kiest voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering loopt terug. In 2013 was het 24%. In 2018 is het gedaald tot 19%, zo blijkt uit cijfers van het CBS en het ministerie van SZW. Uit de cijfers blijkt ook dat met name de zelfstandigen met de hoogste inkomens zich verzekeren tegen het risico op inkomensverlies na een ziekte of ongeval. Zelfstandigen met lagere inkomens verzekeren zich minder vaak.

2. Waar gaat het over?

Een voorbeeldsituatie ter illustratie.

Een zelfstandige genaamd Lisa wordt helaas ziek op haar 32e. Als zij hierdoor langdurig en volledig arbeidsongeschikt raakt dan mist zij bij een gemiddeld inkomen van 25.000 euro netto tot aan haar pensioen ca. 560.000 euro aan netto inkomsten. Op maandbasis is dat ca. 1.000 euro netto minder aan inkomsten en ook minder spaargeld (voor toelichting op deze illustratieve rekensom, zie onderaan deze pagina). Een verzekering kan deze gemiste inkomsten deels opvangen. Ook zorgt een verzekering ervoor dat Lisa niet terug hoeft te vallen in de bijstand met alle verplichtingen die daar bij horen. Ondanks alle tegenslag kan Lisa zelfstandiger haar leven inrichten dan wanneer zij een beroep moet doen op bijstand.


Voordat Lisa recht heeft op bijstand wordt er gekeken of zij niet te veel spaargeld heeft en of dat zij niet te veel vermogen heeft opgebouwd in een koophuis. Ook wordt er gekeken naar de hoogte van het inkomen van eventuele huisgenoten. Als het boven bepaalde gestelde normen komt, dan leidt het tot korting op de bijstandsuitkering. Klik hier voor meer informatie. Zodra Lisa bijstand ontvangt, moet zij ook meewerken aan een verkenning naar re-integratie mogelijkheden. Per gemeente verschilt vervolgens de aanpak.

Als Lisa gedeeltelijk of tijdelijk arbeidsongeschikt raakt dan mist zij navenant minder inkomsten. Toch is de inkomensterugval ook in die situatie vaak aanzienlijk en onvoorzien.

Voor het ongeval of voor haar ziekte was Lisa niet volledig overtuigd van nut en noodzaak van een verzekering voor arbeidsongeschiktheid. Uit onderzoek(2)  blijkt dat verschillende argumenten een rol spelen als het gaat over de vraag waarom mensen geen verzekering afsluiten. Lisa vond het bijvoorbeeld te veel rompslomp, dacht dat de kosten erg hoog zouden zijn, of schatte de risico’s en consequenties te laag in.

De Stichting van de Arbeid werkt nu een voorstel uit, waardoor zelfstandigen straks verplicht zijn verzekerd tegen de gevolgen van uitval door ziekte of een ongeval. Zelfstandigen zijn dan automatisch verzekerd net als werknemers nu.

Hoe de groep zelfstandigen af te bakenen, is overigens nog volop onderwerp van gesprek. Ook wordt nog bekeken hoe om te gaan met de groep mensen die nu al een verzekering heeft tegen arbeidsongeschiktheid.

3. Wat is het risico en het gevolg van niet verzekerd zijn?

  • De kans dat iemand langdurig arbeidsongeschikt raakt door ziekte of een ongeval, is relatief klein. Maar als het gebeurt dan leidt het tot grote zorgen. Met haar inkomen betaalt Lisa de boodschappen, vakanties en het dak boven haar hoofd. Soms hebben mensen ruime reserves, een partner om op terug te vallen of kunnen zij nog hulp ontvangen van familie of vrienden, maar dat is in veel gevallen geen optie.
  • Bij gedeeltelijke of kortdurende arbeidsongeschiktheid zijn de gevolgen kleiner. Maar het risico dat je gedeeltelijk niet meer kunt werken, is groter dan dat je helemaal niet meer aan de slag kan. En ook dan leidt het tot onvoorziene, onzekere situaties voor mensen die vanwege gezondheidsproblemen plotseling kwetsbaar zijn.

4. Hoe schatten zelfstandigen het risico op inkomensterugval door ziekte of een ongeval zelf in?

  • Zelfstandigen weten dat zij risico’s lopen en houden vaak buffers aan om tegenvallers op te vangen.
  • Mensen onderschatten hoeveel geld er nodig is om het inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid te betalen, zo blijkt uit onderzoek.(3)
  • Het aandeel zelfstandigen dat zich privaat verzekert, neemt in afgelopen jaren af.
    • In 2013 had nog 1 op de 4 zelfstandigen een private arbeidsongeschiktheidsverzekering.
    • Nu heeft 1 op de 5 zelfstandigen een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten.(4)
    • Ruim driekwart van de zelfstandig ondernemers in de groep met de hoogste inkomens heeft een voorziening. Van de zelfstandig ondernemers in de groep met de laagste inkomens heeft 35 procent geen voorziening.
    • Ook is ca. 4% aangesloten bij een schenkkring, zoals een broodfonds.(5) Deze schenkkringen dekken meestal kortdurende arbeidsongeschiktheid af tot meestal 2 jaar. Na deze eerste periode valt een deelnemer aan een schenkkring terug op bijstand of is hij of zij aangewezen op inkomsten van een eventuele partner. Als een zelfstandige ook als werknemer actief was dan kan het ook aangevuld worden vanuit een WIA-uitkering.
  • Niet alleen voor de zelfstandige in kwestie, maar voor de gehele samenleving leidt dit tot situaties die onwenselijk zijn. Voor mensen is nu niet meer duidelijk welke bescherming zij kunnen verwachten tegen inkomensterugval in verschillende situaties op de arbeidsmarkt. Het verschil tussen een werknemer en een zelfstandige is groot.
  • Ook leidt een verzekeringsplicht en daaruit volgende automatische arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen tot de juiste bescherming tegen de langdurige gevolgen van een ziekte of een ongeval waar mensen ook samen de lasten voor dragen. Onder vraag 5 lichten wij de overwegingen nader toe.
  • Vanuit publiek belang is daarom door het kabinet, werkgevers en werknemers besloten om een toegankelijke en betaalbare verzekering te ontwikkelen in het geval van arbeidsongeschiktheid. Voor deze verzekering geldt een verzekeringsplicht, zodat aan de randvoorwaarden toegankelijk en betaalbaar kan worden voldaan.

5. Waarom is hiertoe besloten?

Verschillende uitgangspunten en overwegingen spelen hierbij een rol. Het teruglopend aandeel zelfstandigen dat een private arbeidsongeschiktheidsverzekering afsluit, is er bijvoorbeeld één. Verder hebben kabinet, politieke partijen werkgevers, werknemers en deels overeenkomstige en deels uiteenlopende overwegingen waarom een verplichte of automatische verzekering tegen arbeidsongeschiktheid voor zelfstandigen nodig is.

In een brief van minister Koolmees aan de Tweede Kamer (6)  worden verschillende overwegingen genoemd:

  • Met een verplichte verzekering in het geval van arbeidsongeschiktheid wordt een bijdrage worden geleverd aan dat niet instituties en kosten bepalend zijn voor de vorm waarin arbeid wordt aangeboden (“gelijker speelveld”) . Nu is er voor zelfstandigen niets automatisch geregeld als zij langdurig niet kunnen werken. Het verschil met andere werkenden die een duidelijke voorziening hebben, is dan groot te noemen.
  • Een toegankelijke en betaalbare verzekering is van belang om het onvoorziene risico op langdurige inkomensterugval te voorkomen. Je wilt met elkaar regelen dat er een goed vangnet is op het moment dat het plotseling tegen zit.
  • Ook kan een verzekering met de mogelijkheid tot preventie en tijdige re-integratie een bijdrage leveren aan het zo inzetbaar mogelijk houden van mensen op de arbeidsmarkt.
  • Met daarbij aandacht voor echte zelfstandigen om hun ondernemerschap in te kunnen blijven vullen.

Alle overwegingen worden nu betrokken in de totstandkoming van het voorstel. Argumenten voor en tegen verschillende opties worden nu zorgvuldig doorgesproken, doorgerekend en collectief gewogen. Doel is om te komen tot een voorstel met draagvlak.

6. Wie gaan er onder de nieuwe verzekering vallen?

Op dit moment wordt door de Stichting van de Arbeid besproken welke zelfstandigen beschermd moeten worden tegen het risico van inkomensverlies bij arbeidsongeschiktheid. Ook wordt bekeken hoe om te gaan met zelfstandigen die al een verzekering hebben.

Daarbij betrekt de Stichting van de Arbeid vertegenwoordigers van zelfstandigenorganisaties. Met hen wordt overleg gevoerd hoe een nieuwe verzekering er uit kan komen te zien.

7. Waarom geldt de verzekering straks voor een bredere groep zelfstandigen?

  • In de praktijk is het nodig om een verzekering voor zelfstandigen breder te laten gelden. Anders bestaat het risico dat mensen uitgesloten worden. Bijvoorbeeld op de kans op ziekte, beroepsrisico’s en/of leeftijd.
  • Ook geldt: hoe meer mensen deelnemen in een verzekering, hoe breder de risico’s worden gedragen worden.
  • Een voordeel is dat zelfstandigen straks automatisch zonder veel rompslomp gedekt zijn tegen het risico van langdurige uitval door bijvoorbeeld een ziekte.

8. Wat ontvang ik dan straks als ik gedeeltelijk of helemaal niet meer kan ondernemen of werken?

Als je door een ziekte of een ongeval niet meer kunt werken of ondernemen, dan ontvang je een uitkering. Op dit moment werkt de Stichting van de Arbeid een voorstel uit over de hoogte hiervan. Op basis van alle verzamelde feiten en cijfers moeten er nog keuzes gemaakt worden.

De uitkering kan bijvoorbeeld gekoppeld zijn aan het inkomen dat je in afgelopen jaren hebt verdiend, bijvoorbeeld 70% maximaal daarvan. Of het kan een bepaalde minimumzekerheid bieden, en dat is dan 70% van het minimumloon (bijstandsniveau).

Over het niveau van de uitkering worden in komende weken knopen doorgehakt. Ook dit onderwerp komt uitgewerkt terug in het voorstel.

9. Blijft er keuzevrijheid om je anders en/of aanvullend te verzekeren?

Naast deze automatisch geregelde verzekering voor zelfstandigen zal het mogelijk blijven om je anders en/of aanvullend te verzekeren. Bijvoorbeeld omdat je een hoger inkomen wilt verzekeren. Of omdat je zelf inschat een risicovol beroep te hebben waarbij je op zoek bent naar meer zekerheid. Je houdt daar in dus een bepaalde mate van keuzevrijheid. Op dit moment wordt het hoe en wat exact nog nader uitgewerkt in het voorstel van de Stichting van de Arbeid.

10. Is er een eigen risico periode? Of ontvang ik direct bij ziekte een uitkering?

Voor een verzekering geldt vaak een eigen risico, zodat de premie betaalbaar blijft. In het geval van arbeidsongeschiktheid werkt het als volgt: als je ziek bent, dan draag je de lasten in de eerste periode zelf. Dit heet de wachttijd. Dat is dus de periode voordat de verzekering de inkomensterugval gaat opvangen.

In de private verzekeringsmarkt is er een keuze in wachttijd. Van bijvoorbeeld 1 maand (hogere premie) tot twee jaar (lagere premie). En allerlei varianten die daar tussen in zitten zoals 6 of 12 maanden.

Voor de wachttijd houden zelfstandigen met een verzekering bijvoorbeeld spaargeld aan. Met deze buffer kunnen zij een inkomensterugval voor een bepaalde periode overbruggen.

De werkgroep werkt ook het punt ‘wachttijd’ in het voorstel uit.

11. Hoeveel premie ga ik betalen?

Op dit moment valt nog geen inschatting te geven over de hoogte van een premie. Wij rekenen op dit moment indicatief uit hoe hoog de premie uitpakt.

12. Wie gaat het uitvoeren? Wanneer gaat deze verzekering voor zelfstandigen in?

Voor de uitvoering zijn in Nederland twee opties; de private verzekeringsmarkt of het UWV.
Met de verschillende organisaties wordt op dit moment gesproken. Het Verbond van Verzekeraars heeft al in openbaarheid aangegeven dat voor hen de uitvoering van een verplichte uniforme arbeidsongeschiktheidsuitkering niet past.

Alle betrokkenen hechten er aan dat de invoering met tempo, maar zeker ook zorgvuldig gebeurt. Voor de invoering is een wetswijziging nodig en de uitvoering moet worden georganiseerd. Dit betekent dat het naar verwachting minimaal enkele jaren duurt voordat de nieuwe verzekering in werking treedt.
De Stichting van de Arbeid werkt nu het voorstel uit. Begin 2020 wordt dit aangeboden aan de minister van SZW


Toelichting op de illustratieve rekensom bij vraag 2: 

De achterliggende rekensom is bedoeld ter illustratie. Het gaat over een zelfstandige die niet verzekerd is en langdurig in de problemen komt door een ongeval of ziekte. 

De situatie:
Lisa kan door ziekte of een ongeval niet meer werken tot aan haar pensioen. Zij woont alleen en heeft op dit moment geen relatie.

Haar inkomen was ca. 25.000 euro netto. Dat is een gemiddeld inkomen op jaarbasis.
25 jaar werken x 25.000 = 875.000 euro*.

Lisa heeft ook 75.000 euro spaargeld opgebouwd, deels in haar koophuis. Helaas kan zij hier mogelijk niet blijven wonen. Voordat zij recht heeft op een bijstandsuitkering moet zij een deel van dit vermogen aanspreken voor haar levensonderhoud.

Nadat ze heeft ingeteerd op haar spaargeld valt zij terug in de bijstand (ca. 12.600 euro netto per jaar). Dat ontvangt zij tot aan haar pensioen:
25 jaar bijstand x 12.600 euro = 315.000 euro

Totaalsom: 875.000- 315.000 = 560.000 aan gemiste inkomsten en minder spaargeld.

* Met een verzekering krijgt zij een uitkering die gedeeltelijk dit inkomensverlies opvangt. Ook kan zij haar spaargeld behouden.


Bronnen:

  1. Aankondiging start AOV traject (Website StvdA).
  2. Zelfstandigen Enquête Arbeid 2019, CBS, p. 67 en Kamerbrief SZW, Gesprekken met verzekeraars over aov voor zelfstandigen, 26 november 2018.
  3. ESB, 104(4779), Manuel Buitenhuis, 14 november 2019
  4. CPB, E., en R. Euwals, 2016, Zelfstandigen en hun alternatieven voor sociale zekerheid, CPB & Ministerie SZW. Kamerbrief. Gesprekken met verzekeraars over aov voor zelfstandigen, 26 november 2018.
  5. Zelfstandigen Enquête Arbeid 2019, CBS, p. 66.
  6. Kamerbrief minister SZW. Principeakkoord vernieuwing pensioenstelsel. 5 juni 2019.