Met betere ondersteuning weer vaker aan de slag : Voorstellen voor verhoging arbeidsparticipatie arbeidsongeschikten

Met betere ondersteuning weer vaker aan de slag : Voorstellen voor verhoging arbeidsparticipatie arbeidsongeschikten

Te veel werknemers blijven nu gedurende of na een langdurige periode van ziekte onnodig langs de kant. Arbeidsongeschikten kunnen weer vaker aan de slag als de uitvoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) verbetert. In het adviesrapport Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen presenteert de Stichting van de Arbeid tien concrete voorstellen aan minister Koolmees van SZW om hier werk van te maken.
© Dirk Hol

Download het rapport Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (pdf)

Eind 2018 heeft minister Koolmees de Stichting van de Arbeid verzocht om te onderzoeken hoe de arbeidsparticipatie van arbeidsongeschikten kan worden verhoogd. In het afgelopen anderhalf jaar zijn gesprekken gevoerd met ervaringsdeskundigen, specialisten en betrokken organisaties.

Van theoretisch naar een praktijkgerichte aanpak met maatwerk

De arbeidsparticipatie van deels of volledig arbeidsongeschikten kan verhoogd worden als er meer maatwerk wordt geleverd in de dienstverlening. Zodra iemand in aanmerking komt voor een bepaalde functie dan moet de dienstverlening naar werk beter toegesneden worden op die functie. Met de huidige beoordelingssystematiek - CBBS genaamd – komen mensen daarnaast in aanmerking voor functies, die in de praktijk beperkt beschikbaar voor hen blijken te zijn. De beoordeling voelt voor mensen vaak theoretisch en niet realistisch aan, zo verklaren werknemers. Ook zijn de afwegingen die gemaakt worden in de beoordeling voor werknemers niet transparant te volgen. De Stichting van de Arbeid pleit ervoor om uit te gaan van de praktijk op de arbeidsmarkt in plaats van de huidige theoretische aanpak. Zij stelt voor om met het ministerie van SZW te onderzoeken hoe minder theoretisch geschat kan worden wat iemand nog wel kan.

Scholing biedt kansen

Experts en ervaringsdeskundigen gaven in de gesprekken aan dat meer inzet op scholing een middel is om de arbeidsparticipatie te verhogen. De mogelijkheden hiervoor worden nu niet optimaal benut. Vooral als het gaat om werknemers die niet beschikken over een startkwalificatie (havo, vwo of mbo niveau 2). 45% van de volledig arbeidsongeschikt verklaarde werknemers heeft geen opleiding afgerond tot op dit niveau. Zij hebben hierdoor minder kansen om ander of aangepast werk te doen.

Ondersteuning uitbreiden naar groep 35-minners

Werknemers die na twee jaar ziekte meer dan 65% van hun oude inkomen kunnen verdienen, hebben geen recht op een WIA-uitkering. Deze groep, de zogenoemde 35-minners, ontvangt dan ook geen aanvullende dienstverlening ondanks een ziekte of andere medische beperking. In de praktijk blijkt echter dat minder dan 50% van deze groep aan het werk is. Dit deel wordt beschouwd als werkloos, in plaats van arbeidsongeschikt. Uiteindelijk komen deze mensen vaak in de bijstand terecht.
De Stichting van de Arbeid stelt voor om ook 35-minners automatisch toegang tot de WIA-dienstverlening te geven. Dan kan er rekening gehouden worden met de aanwezige medische beperkingen. Ook kunnen werkgevers dan gebruik maken van aanvullende voorzieningen om deze mensen in dienst te houden of te nemen.

De Stichting van de Arbeid stelt tenslotte voor om de vinger aan de pols te houden bij de uitvoering van de tien voorstellen.