De Stichting van de Arbeid (‘Stichting’) is het overlegorgaan voor de representatieve centrale organisaties van werkgevers en van werknemers.
De Stichting bestaat uit drie werkgeversorganisaties, VNO-NCW, MKB-Nederland en LTO Nederland, en drie werknemersorganisaties, FNV, CNV en VCP. Sinds 17 mei 1945 heeft de Stichting een belangrijke rol in het vormgeven van de Nederlandse arbeidsverhoudingen. In goed overleg sluit de Stichting akkoorden met het kabinet, geeft ze aanbevelingen aan decentrale sociale partners en wordt de polder nauw betrokken bij de uitvoering van het Nederlandse arbeidsmarktbeleid.
Het hoogste orgaan van de Stichting is het Bestuur dat één of twee keer per jaar vergadert. De Agendacommissie vergadert elke maand, stuurt de werkgroepen aan en heeft een maandelijks overleg met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Het eigenlijke werk van de Stichting gebeurt in diverse werkgroepen met elk een eigen werkterrein (zie organigram). In deze werkgroepen wordt intensief gesproken over actuele onderwerpen; op de themapagina is in één oogopslag te zien over welke onderwerpen het gaat. Deze vergaderingen leiden tot adviezen aan de overheid of tot aanbevelingen voor het decentrale overleg tussen werkgevers en werknemers in de bedrijven en bedrijfstakken. Aanbevelingen aan het decentrale overleg worden vaak uitgebracht met als doel deze aanbeveling in de cao’s te vertalen in concrete maatregelen of beleid voor het desbetreffende bedrijf of de sector.
De Stichting van de Arbeid heeft een eigen secretariaat. De medewerkers zorgen voor de ondersteuning van de werkgroepen, Agendacommissie en het Bestuur. Het secretariaat is gevestigd in het gebouw van de SER. Hier vinden ook de vergaderingen van de Stichting plaats. Kijk hier of er vacatures zijn bij het secretariaat.
Statuten en huishoudelijk reglement
De Stichting van de Arbeid is opgericht op 17 mei 1945. De Stichting heeft een belangrijke rol in het vormgeven van de Nederlandse arbeidsverhoudingen. Na de oorlog wilden vakbonden en werkgeversorganisaties samenwerken bij de wederopbouw van de economie. De Stichting werd het platform om sociale rust en evenwichtige arbeidsverhoudingen in Nederland te bevorderen.
In de statuten en het huishoudelijk reglement is vastgelegd dat de Stichting als overlegorgaan van deze organisaties goede arbeidsverhoudingen zal bevorderen door:
- het bevorderen van overleg tussen werkgevers en werknemers en tussen hun organisaties;
- het geven van informatie en advies aan organisaties van werkgevers en van werknemers;
- het, gevraagd dan wel ongevraagd, kenbaar maken van haar opvattingen aan de overheid en eventueel anderen;
- het voeren van overleg met de overheid en eventueel anderen;
- het uitvoeren of doen uitvoeren van haar bij of krachtens de wet opgedragen taken;
- het aanwenden van alle andere middelen die rechtens toelaatbaar zijn.
Verschillen Stichting van de Arbeid en Sociaal-Economische Raad (SER)
De Stichting van de Arbeid en de SER hebben deels dezelfde bestuurders en houden zich beide bezig met advisering over het sociaaleconomisch beleid in Nederland. Er is echter een aantal belangrijke verschillen tussen beide organisaties:
| Stichting van de Arbeid | Sociaal-Economische Raad |
| Een privaatrechtelijke instelling, opgericht door werkgevers- en werknemersorganisaties. |
Een publiekrechtelijke instelling, opgericht bij wet. |
| Bipartiet: twee partijen vormen de Stichting en beide partijen hebben evenveel stemrecht in het bestuur. | Tripartiet: naast werkgevers en werknemers hebben ook onafhankelijke deskundigen een zetel in het bestuur, de zogeheten kroonleden. De voorzitter van de SER is een van de onafhankelijke kroonleden. |
| De Stichting van de Arbeid is de plaats voor onderhandelingen tussen sociale partners onderling. Hier komen aanbevelingen tot stand ten behoeve van decentrale cao-partijen of adviezen aan de politiek of andere instellingen. Actuele Kamerbrieven of wetsvoorstellen worden in de Stichting besproken. | De SER is een adviesorgaan ten behoeve van de overheid dat de regering en het parlement adviseert over de hoofdlijnen van het te voeren sociale en economische beleid en belangrijke, toekomstige wetgeving op sociaaleconomisch terrein. |