Dag 3: Algemene beschouwingen

18 februari 2015

Vacature-indicatoren; alle economische activiteiten
Vacatures nemen toe in de loop van 2014. Maar hebben we er ook de mensen voor?

Na twee afleveringen al tot conclusies komen is aanmatigend. Voor een tussenstand is het ook te vroeg. Beschouwingen zijn daarentegen altijd mogelijk, dus nemen we vandaag daar even de tijd voor. Morgen gaan we weer naar Zutphen voor een Lagerhuisdebat. Vandaag plaatsen we de sectorplannen in een bredere context.

“Nee, geen idee wat het is dus wij doen daar niets mee”, antwoordt Marieke van Bos Transport Service in Weesp, op de vraag of ze bekend is met de sectorplannen voor het opleiden en instromen van chauffeurs. En ook de wijnboer aan de overkant heeft desgevraagd geen idee waar ik het over heb. Met de hand in eigen boezem: voordat ik gevraagd werd om op pad te gaan om de sectorplannen in de praktijk te bekijken, had ik ook geen idee gehad. Even navragen bij mijn eigen oom, waarvan ik weet dat hij jongens opleidt als timmerman. En ja hoor, beet. “O ja, die plannen ken ik wel. Maar wij doen dit al jaren in de bouw. Daar hebben we geen plan voor nodig eigenlijk.” Als gediplomeerd nieuwsjunk besef ik dat de sectorplannen niet breed bekend zijn, buiten de betrokken partijen uit de deelnemende sectoren.

Bij nadere bestudering van www.sectorplannen.nl valt opeens ook een ander kwartje. Waar zijn eigenlijk de sectorplannen voor accountants, financieel dienstverleners, makelaars en advocaten? En er is ook geen sectorplan te vinden voor medici, notarissen of bankiers. Kennelijk hebben deze sectoren geen last van een veranderende arbeidsmarkt die bestendigheid behoeft. Anders hadden werkgevers en werknemersorganisaties in deze sectoren wel een plan ingediend, nietwaar? Een andere reden kan echter ook van toepassing zijn: deze sectoren kunnen op eigen financiële kracht de uitdagingen de baas. Deze constatering maakt wel duidelijk waar de crisis hard heeft toegeslagen en welke sectoren kwetsbaar zijn: de bouw, de zorg, de industrie en transport.

We lezen nog wat meer op www.sectorplannen.nl en zien een sectorplan voor de Publieke Omroep, en een plan voor Defensie- en Politiepersoneel. En vooral veel plannen voor de zorgsector. Een zekere correlatie tussen de sectorplannen en de bezuinigingen door het kabinet dringt zich op: komen deze sectorplannen deels voort uit de wens om bezuinigingen te compenseren of juist te faciliteren? Of beide? Dat brengt ons naar een diepere laag: de opzet en werking van de sectorplannen.

Het kabinet heeft 600 miljoen euro beschikbaar gesteld voor cofinanciering. De andere helft, en zelfs meer dan dat, wordt geïnvesteerd door de werkgevers- en werknemersorganisaties. Een typisch Nederlandse oplossing als het gaat om het vraagstuk wie de lasten dragen en wie de lusten delen. En nog typischer Nederlands: het kabinet, de werkgevers en de werknemers vinden elkaar in het gedeelde algemene belang. Ofwel: het Poldermodel. Eind 2014 waren er 61 sectorplannen goedgekeurd, samen goed voor 335 miljoen euro aan cofinanciering. Het Poldermodel blijkt springlevend, ondanks de geluiden dat dit model zijn langste tijd gehad zou hebben.

De sectorplannen zijn het levende bewijs dat het poldermodel nog altijd de basis is onder onze maatschappij, ook in economisch slechtere tijden. Een samenleving waarin solidariteit verdwijnt en waar het eigen belang boven het algemene belang wordt gesteld, is een samenleving waar de zwakste schouders de zwaarste lasten dragen. Het is gelukkig ons eigen economische en culturele erfgoed dat wij het als Nederland niet zo ver laten komen. Morgen zal ik daar verslag van doen, bij het Lagerhuisdebat in Zutphen. 


Actieteam crisisbestrijding
Seger Pijnenburg
Seger Pijnenburg