Home | Stichting | Plaatsbepaling in het bestel

De plaats van de Stichting van de Arbeid in de Nederlandse arbeidsverhoudingen

Het Nederlandse stelsel van arbeidsverhoudingen weerspiegelt de sociale, economische, culturele en politieke ontwikkelingen uit het verleden. Dit stelsel bevat bipartiete en tripartiete verhoudingen, al dan niet belichaamd in formele instituties, tussen werkgevers, werkgeversorganisaties, werknemersorganisaties en de overheid op de diverse niveaus: nationaal niveau, bedrijfstak- of sectorniveau en ondernemingsniveau.
In Nederland worden die verhoudingen in belangrijke mate bepaald door veelvuldig formeel en informeel overleg tussen alle betrokken partijen. 'Overleg' is het 'bindmiddel' in de Nederlandse arbeidsverhoudingen. Dit is een onmisbaar element in de omgang tussen werkgevers en werknemers. In de loop van de tijd heeft zich een ware 'overlegcultuur' ontwikkeld.

De Stichting van de Arbeid heeft een belangrijke rol gespeeld in het vormgeven van de Nederlandse arbeidsverhoudingen. De reden tot oprichting van de Stichting was de gemeenschappelijke overtuiging van de noodzaak om samen te werken aan de wederopbouw van de economie na de oorlog. In dat licht bezien, kon de Stichting dienen als het institutionele kader om sociale rust en evenwichtige arbeidsverhoudingen te bevorderen.

Sinds begin jaren negentig heeft in reactie op toenemende kritiek van de politiek op het stroperige karakter van de overlegcultuur een revitalisering van het sociaaleconomisch overleg plaatsgevonden. De effectiviteit van het adviesproces nam toe, er kwam een verbeterde coördinatie tussen de financiële en budgettaire politiek van de overheid enerzijds en de loonpolitiek / arbeidsvoorwaardenbeleid van werkgevers en werknemers anderzijds. De belangrijkste bijdrage aan deze revitalisering was wellicht het unanieme advies van de Stichting aan de overheid in april 1996 over het thema 'Flexibiliteit en zekerheid'. De voorstellen in dit advies over de toekomstige regulering van nieuwe vormen van arbeidsrelaties waren baanbrekend. Ze zijn vrijwel geheel door de overheid overgenomen en omgezet in wetgeving.
Vandaag de dag onderkennen zowel de overheid als de sociale partners de noodzaak van beleidscoördinatie ten aanzien van de verschillende beleidsterreinen waarvoor zij elk een eigen verantwoordelijkheid dragen.

Het overlegproces bestaat thans uit een 'ronde-tafel-overleg' dat meestal tweemaal per jaar plaatsvindt tussen het kabinet en het bestuur van de Stichting van de Arbeid. Het zogeheten Voorjaarsoverleg en Najaarsoverleg. Op de informele agenda van het Voorjaarsoverleg staan meestal opgevoerd de agenda voor de EU-voorjaarstop, de sociaaleconomische situatie en de vooruitzichten -een eerste gedachtewisseling over de plannen voor Prinsjesdag- en ten slotte specifieke onderwerpen afhankelijk van de actualiteit. Soms worden er concrete afspraken gemaakt ten behoeve van de (gezamenlijke) ontwikkeling van nieuw beleid.
In het Najaarsoverleg vinden veelal discussie plaats over de nieuwe beleidsplannen van het kabinet. Deze plannen worden door sociale partners vervolgens mede in hun beschouwing betrokken over de komende cao-onderhandelingen.
Het parlement neemt de uiteindelijke beslissingen met betrekking tot het financiële en budgettaire beleid. Maar in de aanloop hiernaar toe is tot op heden deze vorm van 'coördinatie-via-overleg' succesvol gebleken.
Vergadertafel