Home | Thema's | Arbocatalogus | Veelgestelde vragen

Veelgestelde vragen

Algemene vragen
1. Is er een definitie van het begrip “Arbocatalogus”?
2. Is een arbocatalogus verplicht?
3. Is de werkgever verplicht de maatregelen uit de arbocatalogus van zijn sector door te voeren?
4. Wie moet de arbocatalogus “betalen”.
5. Waarom heeft het zin om een Arbocatalogus te maken?
6. Waarom een arbocatalogus op sector- of op brancheniveau?
7. Wat hebben werknemers aan een arbocatalogus?
Wie zijn de partijen
8. Wie zijn officiële “partijen” bij de Arbocatalogus?
9. Kunnen bedrijven ook samen een arbocatalogus maken?
10. Wat is de rol van de OR bij een arbocatalogus?
11. Wat moet en kan een arbodienst met een arbocatalogus?
Inhoud van de arbocatalogus
12. Wie bepaalt de inhoud van de Arbocatalogus? 
13. Moeten er normen in de Arbocatalogus?
14. Moeten alle arbeidsrisico’s in de arbocatalogus worden behandeld?
15. Kunnen er ook Arbocatalogi komen die voor alle sectoren gelden?
Toetsing arbocatalogus
16. Hoe ziet de toetsing door het ministerie van SZW er uit?
17. Wat doet de AI met een goedgekeurde arbocatalogus?
18. Wat is het effect van de toetsing van de Arbocatalogus?
19. Waar zijn de Arbocatalogi te vinden?
20. Wat staat er over de Arbocatalogus in de Arbowet?
21. Waar kan ik documentatie vinden over de Arbocatalogus?
22. Waar vind ik het SER-advies over de Arbocatalogus?
23. Kan iedereen subsidie krijgen voor het maken van een Arbocatalogus? Zo ja: hoeveel en waar.
24. Wat gebeurt er met de beleidsregels na de overgangstermijn (tot 1-1-’10)?
25. Wat doet de StvdA allemaal op het terrein van de Arbocatalogus?


Algemene vragen


1. Is er een definitie van het begrip “Arbocatalogus”? 
 
Nee. Er is geen definitie gemaakt voor het begrip Arbocatalogus. In de publicatie van de Stichting van de Arbeid wordt een algemene omschrijving gegeven van het begrip, te weten: een document, waarin vertegenwoordigende organisaties van werknemers en werkgevers op sectorniveau vastleggen welke maatregelen getroffen worden om te voldoen aan de doelvoorschriften in de Arbo-wet.
In die omschrijving zitten vele open einden die door sociale partners uitgewerkt en ingevuld kunnen worden. Voorbeelden van die “ open einden”: 
  • Document: het kan gaan om een schriftelijke Arbocatalogus, maat het kan ook een digitale zijn. 
  • Vertegenwoordigende organisaties: over het algemeen gaat het hier om “partijen”, die veelal ook bij CAO-onderhandelingen in de betreffende sector of branche betrokken zijn. In het SER-advies wordt de term “ sociale partners” veelvuldig gehanteerd. Per Arbocatalogus moet echter steeds opnieuw bekeken worden welke partijen ingeschakeld moeten worden. Een en ander is afhankelijk van de “werkingsfeer” die per Arbocatalogus wordt vastgelegd.
  • Op sectorniveau: in de brochure is bewust het begrip “ sector” niet gedefinieerd. Sociale partners moeten aan de hand van de risico’s, die in de Arbocatalogus worden beschreven, zelf bepalen op welk niveau die afspraak het beste kan worden gemaakt. Samenwerking tussen sectoren is aan te bevelen als het gaat om hetzelfde of identieke arbeidsrisico’s. 
  • Voldoen aan doelvoorschriften: dit klinkt eenvoudiger dan de weerbarstige praktijk van het beheersen van arbeidsrisico’s doet vermoeden. In de brochure wordt onderscheid gemaakt tussen risico’s, waarvoor in de wet grenswaarden zijn vastgesteld. Dan moeten de maatregelen die worden opgenomen ook aan dat doel beantwoorden. Dat wil in principe zeggen dat voor al die maatregelen het effect is aangetoond en dat met al die maatregelen de grenswaarde wordt gerealiseerd.

2. Is een arbocatalogus verplicht?
 
Nee. Het is niet verplicht om een Arbocatalogus te maken. Niet op sectorniveau, niet op ondernemingsniveau. In die zin is het begrip Arbocatalogus ook niet in de Arbo-wet terug te vinden. Het begrip staat vermeld in het SER-advies, dat is opgesteld ter voorbereiding van de wijzigingen in de Arbo-wet. En daarnaast wordt het genoemd in de Memorie ven Toelichting bij de behandeling van die wetswijzigingen in het parlement.
In plaats van een verplichting kan beter gesproken worden van een mogelijkheid voor sociale partners om zelf te bepalen met welke maatregelen zij de doelvoorschriften uit de Arbo-wet zullen realiseren. Het benutten van die mogelijkheid biedt voordelen (zie vraag 5 en 6).


3. Is de werkgever verplicht de maatregelen uit de arbocatalogus van zijn sector door te voeren?
 
Nee. Een werkgever moet –in overleg met de OR of personeelsvertegenwoordiging van zijn onderneming zelf bepalen welke maatregelen uit de Arbo-catalogus hij doorvoert. Als hij kan aantonen dat hij minimaal hetzelfde beschermingsniveau realiseert als in de Arbocatalogus staat beschreven, dan hoeft hij in feite geen aanpassingen door te voeren. Maar bij het nemen van deze beslissing moet de werkgever bedenken dat –bij een bezoek van de AI- steeds de bewijslast bij de onderneming blijft liggen om aan te tonen dat dat beschermingsniveau ook echt gerealiseerd wordt.


4. Wie moet de arbocatalogus “betalen”.
 
Hierover is niets geregeld. Om de totstandkoming van de Arbocatalogi te stimuleren heeft het ministerie van SZW een subsidie van tien miljoen euro beschikbaar gesteld. Daar waar een arbocatalogus gemaakt is wordt de financiering veelal geregeld via bestaande fondsen, die door organisaties van werkgevers en werknemers worden bestuurd.


5. Waarom heeft het zin om een Arbocatalogus te maken?

Het antwoord op deze vraag laat zich samenvatten in vier termen:  
  1. rechtszekerheid; bedrijven die de maatregelen uit een Arbocatalogus hebben doorgevoerd zullen “gevrijwaard” worden van de sancties, die uit niet –naleving van de Arbo-wet kunnen voortvloeien. 
  2. verminderde inspectielast; de Arbeidsinspectie zal zich in de uitveoring van haar toezichthoudende rol voornbamelijk orienteren op die bedrijven en sectoren, waar geen Arbocatalogus van toepassing is. Daarnaast zal de aandacht uitgaan naar “witte vlekken” in de risico-aanpak. Dat zijn die risico’s, waarvan bekend is dat ze tot veelvuldige uitval leiden, maar die in de arbocatalogus niet of slechts zeer beperkt aandacht krijgen. 
  3. gelijkwaardigheid; de arbocatalogus kan ertoe bijdragen dat alle ondernemingen in een branche of sector een gelijk of gelijkwaardig niveau van risicobestrijding of – beheersing realiseren. 
  4. imago; met de aanpak van risico’s middels een arbocatalogus laat de branche of sector zien dat het menens is met verbetering van arbeidsomstandigheden. Dat kan bijdragen aan een verbeterde instroom van nieuwe werknemers in de branche.

6. Waarom een arbocatalogus op sector- of op brancheniveau?
 
Op het niveau van de sector of branche zijn veelal organisaties van werkgevers en werknemers actief, die over diverse onderwerpen overleg voeren. Daar is dus ervaring om resultaten van overleg om te zetten in gerichte activiteiten.
Er is veelal ook een infrastructuur aanwezig, die ondersteunend werk kan verrichten en die ook beschikt over de nodige arbo-expertise. In vele sectoren zijn in de jaren vanaf 2000 zogenaamde arboconvenanten geweest waar “partijen” uit de betreffende sectoren actief bij betrokken waren.
Een Arbocatalogus op ondernemingsniveau heeft in de ogen van de Stichting van de Arbeid geen nut, geen toegevoegde waarde. Elke onderneming kent een RI&E, waar een Plan van Aanpak deel van uitmaakt. En in die RI&E zijn alle voorkomende risico’s van de onderneming beschreven, geanalyseerd. En in het PvA staat beschreven welke maatregelen worden ondernomen om die risico’s te beheersen. Een Arbocatalogus voegt hier niets aan toe.


7. Wat hebben werknemers aan een arbocatalogus?

In de catalogus wordt het beschermingsniveau voor de risico’s vastgelegd. Werknemers kunnen bij hun leidinggevende of bij hun werkgever nagaan wat er in hun bedrijf met de maatregelen uit de Arbocatalogus is gebeurd. Natuurlijk kunnen zij ook de OR of PVT hierover raadplegen.


Wie zijn de partijen


8. Wie zijn officiële “partijen” bij de Arbocatalogus?
 
De Stichting van de Arbeid gaat er van uit dat de vertegenwoordigende organisaties van werkgevers en werknemers “partij” zijn. Die organisaties nemen in veel gevallen ook het initiatief tot het opstellen van een Arbocatalogus. Dit is echter nergens officieel geregeld. Wat wel geregeld is is dat voor elke Arbocatalogus ervan wordt uitgegaan dat er een vertegenwoordiging van werkgevers aan de ene kant en van werknemers aan de andere kant voor de inhoud hebben “getekend”. In alle gevallen zijn er dus minimaal twee “partijen” betrokken bij de opstelling van de Arbocatalogus. Dit is ook een van de toetsingscriteria van het ministerie. (zie ook vraag 14 e.v.
 

9. Kunnen bedrijven ook samen een arbocatalogus maken?
 
Het kan zeker. De vraag is of dat toegevoegde waarde heeft. Bijvoorbeeld als het gaat om bedrijven met specifieke risico’s, die voor de rest niet of weinig voorkomen. Voor zover die bedrijven deel uitmaken van dezelfde branche of sector kunnen die specifieke risico’s wellicht meegenomen worden in de Arbocatalogus voor de hele branche. Maar in zo’n situatie is een aanvullende Arbocatalogus op die specifieke onderwerpen ook denkbaar.
 

10. Wat is de rol van de OR bij een arbocatalogus?
 
De OR heeft geen directe rol bij de totstandkoming van de Arbocatalogus. Natuurlijk kunnen sociale partners bij het maken van de catalogus de OR’en van ondernemingen actief inschakelen. Datzelfde geldt voor OR-platforms die in diverse sectoren actief zijn.
Op ondernemingsniveau kan de OR het verschijnen van de Arbocatalogus voor de eigen sector aangrijpen om met de werkgever overleg te voeren over de consequenties van deze Arbocatalogus voor het arbobeleid in het eigen bedrijf.
 

11. Wat moet en kan een arbodienst met een arbocatalogus?
 
De arbodienst kan in haar adviserende rol de ondernemer wijzen op de inhoud van de Arbocatalogus en de mogelijkheden die de arbocatalogus biedt voor het arbobeleid van de onderneming.  


Inhoud van de arbocatalogus


12. Wie bepaalt de inhoud van de Arbocatalogus?
 
In de Arbowet is daarover niets geregeld. In het SER-advies wordt er van uit gegaan dat “sociale partners” de Arbocatalogus samenstellen. Maar dat begrip is daar niet nader gedefinieerd. De Stichting van de Arbeid adviseert aan vertegenwoordigende organisaties van werkgevers en werknemers om hierin het initiatief te nemen, de regie te voeren. Zij zijn betrokken geweest bij de Arboconvenanten, zij overzien het gehele veld, zij hebben de ervaring en de deskundigheid in huis om tot een goede Arbocatalogus te komen. En zij kunnen ook het beste overzien op welk niveau van de sector of branche de catalogus het meeste effect sorteert.
 

13. Moeten er normen in de Arbocatalogus?
 
Kort gezegd: er “ moet” niks. Ook voor “normen” geldt dat sociale partners gezamenlijk bepalen wat de inhoud van de Arbocatalogus is. Bij de vaststelling van de tekst voor de Arbocatalogus is het goed om te bedenken dat de Arbocatalogus niet voor de eeuwigheid wordt vastgelegd. Sociale partners spreken ook af voor welke termijn deze afspraken gelden.
Of er normen kunnen worden opgenomen is de vraag. Er zijn arbeidsrisico’s waarvoor in de wet kwantitatieve nomen zijn vastgelegd. Deze normen staan niet meer ter discussie, en de maatregelen die in de Arbocatalogus worden opgenomen ter bestrijding van dit risico moeten aantoonbaar leiden tot een adequate bescherming van betrokken werknemers.
Er zijn daarnaast ook diverse arbeidsrisico’s, waarvoor in de wet geen kwantitatieve beschermingsniveaus zijn vastgelegd. |Daar hebben sociale partners de vrijheid om zelf afspraken te maken. Maar ook hierbij is het belangrijk om aan te tonen dat de opgenomen maatregelen leiden tot het vereiste, cq. gewenste beschermingsniveau.
 

14. Moeten alle arbeidsrisico’s in de arbocatalogus worden behandeld?
 
Ook hiervoor geldt dat de opstellers, de “eigenaars” van de Arbocatalogus zelf bepalen hoeveel en welke risico’s zij in de Arbocatalogus behandelen. In veel branches wordt eerst aandacht geschonken aan de “prioritaire risico’s” (risico’s die herkenbaar zijn voor de branche of sector en/of die grote gevaren met zich meebrengen). Als dat rond is wordt bekeken hoe en op welke termijn de overige risico’s worden aangepakt.
 

15. Kunnen er ook Arbocatalogi komen die voor alle sectoren gelden?
 
Dat kan alleen als de vertegenwoordigers van al die sectoren te kennen geven dat die catalogus ook voor hun sector geldt. Dat moet schriftelijk gebeuren. Pas dan is er sprake van “landelijke geldigheid”.  


Toetsing arbocatalogus


16. Hoe ziet de toetsing door het ministerie van SZW er uit?

De overheid gaat ervan uit dat werkgevers en werknemers goed in staat zijn om een professionele arbocatalogus op te stellen. Daarom worden de catalogi niet uitgebreid getoetst. Wel wordt bekeken of de totstandkoming goed is verlopen en of de catalogus adequaat is.
Samengevat wordt het volgende getoetst:
  1. Is beschreven voor welk werkgebied (branche/groep bedrijven) de catalogus bedoeld is? 
  2. Vertegenwoordigen de opstellers, de werkgevers en werknemers in dit werkgebied? 
  3. Is de catalogus beschikbaar voor en bekend bij werkgevers en werknemers? 
  4. Wordt bij navolging van de catalogus voldaan aan de doelvoorschriften? Dit punt wordt getoetst met een zogenaamde quickscan; is de catalogus begrijpelijk, logisch en niet in strijd met de wet?


17. Wat doet de AI met een goedgekeurde arbocatalogus?
 
De Arbeidsinspectie zal de “goedgekeurde” Arbocatalogus gebruiken als “referentiekader” bij haar inspecties. Dat betekent dat onderzocht wordt of de maatregelen uit de Arbocatalogus wel zijn doorgevoerd in de betreffende ondernemingen uit die sector. Als dit niet het geval is ligt de bewijslast bij de werkgever om aan te tonen dat hij met andere maatregelen (minimaal!) hetzelfde beschermingsniveau realiseert.
Daarnaast wordt de getoetste Arbocatalogus opgenomen in de “ verzamelbeleidsregel”. Dit gebeurt door publicatie in de Staatscourant. En op het moment dat een Arbocatalogus in de verzamelbeleidsregel is vermeld wordt de oude, bestaande beleidsregel in getrokken voor die sector.
 

18. Wat is het effect van de toetsing van de Arbocatalogus?
 
Dat een arbocatalogus met positief resultaat is getoetst door het ministerie van SZW betekent dat het ministerie erkent met de in de Arbocatalogus maatregelen voldaan wordt aan de eisen van de Arbowet. De Arbeidsinspectie zal deze Arbocatalogus vervolgens als vertrekpunt hanteren bij de inspecties voor de branche of sector, waarvoor de Arbocatalogus geldt.
 

19. Waar zijn de Arbocatalogi te vinden?
 
Vanuit de Commissie Begeleiding Arbocatalogi (CBA) van de Stichting van de Arbeid wordt overleg gevoerd met het Ministerie van SZW over een “centrale registratie” van Arbocatalogi, die zijn getoetst en goed bevonden. Dat overleg is nog gaande.
De Stichting vindt het van belang dat belanghebbenden rechtstreeks toegang kunnen krijgen tot de Arbocatalogi. Vooralsnog wordt op de website van de Stichting een lijst bijgehouden van getoetste Arbocatalogi.
 

20. Wat staat er over de Arbocatalogus in de Arbowet?
 
In de Arbo-wet zelf is het begrip Arbocatalogus niet terug te vinden. Er is melding gemaakt van de Arbocatalogus in de Memorie van Toelichting, die is gemaakt ter voorbereiding van de wetwijzigingen in de Tweede Kamer. 
  

21. Waar kan ik documentatie vinden over de Arbocatalogus?
 
Omdat de arbocatalogus een nieuw fenomeen is in het arbobeleid is er nog weinig documentatie te vinden. De meest relevante websites zijn:
  1. www.stvda.nl 
  2. www.arboportaal.nl 
  3. www.arbeidsinspectie.nl

En er is de nodige documentatie te vinden op de websites van de bij de Stichting van de Arbeid aangesloten koepelorganisaties waarin ook een doorlink naar relevante sites van branche- en sectororganisaties is opgenomen.
Wat betreft schriftelijke informatie zijn er twee documenten die algemen informatie over de Arbocatalogus bevatten:

  1. de brochure “Wat is een Arbocatalogus” van de Stichting van de Arbeid 
  2. de publicatie “Evaluatie herziening Arbowet” van de SER (nr. 05/09).

Daarnaast zijn er diverse sites van particuliere bedrijven of instellingen, waar aandacht wordt geschonken aan de Arbocatalogus. Dat betreft onder meer de sites van TNO, van de NEN en van diverse arbo-adviesbureaus.
 


22. Waar vind ik het SER-advies over de Arbocatalogus?
 
Het SER-advies is te vinden op de website van de SER. Het bestand kan gedownload worden. Het rapport kan ook besteld worden.
 

23. Kan iedereen subsidie krijgen voor het maken van een Arbocatalogus? Zo ja: hoeveel en waar.
 
De “partijen” (lees: sociale partners) die verantwoordelijk zijn voor de inhoud van de Arbocatalogus kunnen hiervoor subsidie aanvragen bij het Agentschap van het ministerie van SZW. Er is per branche of sector een eenmalige subsidie van € 50.000,- beschikbaar als voldaan wordt aan drie criteria:
  1. het betreft een arbocatalogus op branche- of sectorniveau, 
  2. er worden twee (of meer) arbeidsrisico’s behandeld in de Arbocatalogus en 
  3. het ministerie van SZW heeft de Arbocatalogus getoetst en goed bevonden.

24. Wat gebeurt er met de beleidsregels na de overgangstermijn (tot 1-1-’10)?
 
Het voornemen van de overheid is dat de beleidsregels per 1 januari 2010 komen te vervallen. Dat geldt in principe voor alle beleidsregels. De verwachting is dat die beleidsregels dan vervangen zijn door afspraken in diverse arbocatalogi. Wat er gebeurt als dat niet het geval is is nog onzeker.
 

25. Wat doet de StvdA allemaal op het terrein van de Arbocatalogus?
 
De Stichting van de Arbeid heeft een speciaal project ingericht om het tot stand brengen van Arbocatalogi te stimuleren. Zij wordt hierin financieel ondersteund door het ministerie van SZW. Het project wordt bestuurd door de Commissie Begeleiding Arbocatalogi (kortweg: CBA). Belangrijke onderdelen van dit project zijn
  1. de brochure “Wat is een Arbocatalogus”
  2. twee landelijke projecten waarin geprobeerd wordt om materiaal voor sectoren te ontwikkelen op het gebied van zwangerschap en arbeid en van bedrijfhulpverlening 
  3. het organiseren van een drietal werkconferenties , waarin de ervaringen met de Arbocatalogi worden verwerkt en 
  4. regelmatig overleg met het ministerie van SZW over de problemen en knelpunten, die zich voordoen bij het maken van de arbocatalogus en 
  5. inhoudelijke en/of praktische ondersteuning van sectoren bij het maken van de Arbocatalogus.